Travels and Tales

A'way; Annet op reis in China en Tibet-2002

De reis begint direct goed, vanuit de rij voor het inchecken staat iemand zwaaiend “Annet” te roepen; Sibren. Met hem heb ik vorig jaar de reisbegeleiders- en EHBO-cursus gevolgd. Na de incheck drinken we samen een kop koffie. Dit blijkt het begin van een trip met vele ontmoetingen met bekenden. Reeds op het vliegveld is de groep al een groep! Prettige bijkomstigheid van de voorbereidingsbijeenkomsten bij VNC. Hetzelfde ritueel van het inchecken, wachten op elkaar, herhaalt zich bij het boarden en bij de douanecontrole in Beijing. Het lijkt erop dat ze het goed met elkaar kunnen vinden. Ik hoop dat dit een goed voorteken is voor de rest van de reis.

Onze aankomst in Beijing verloopt soepel. Collega Chris is ook aanwezig en we spreken af om 's avonds samen iets te drinken. Omdat het druk is in de lobby van het hotel, lopen we voor mijn infopraatje naar een typisch chinees restaurantjes tegenover het hotel. Natuurlijk blijven de weinige Chinezen die er zitten op hoog volume er doorheen kletsen. Ik trakteer op een drankje en weet met gemak meer dan een uur te vullen. Moe en met een droge keel stel ik voor om met de geïnteresseerden naar het Tiananmenplein te wandelen. Ondanks dat het ondertussen is gaan regenen, sluit de hele groep aan! We doen er 2,5 uur over om heen en terug te lopen, waarbij ik de groep nog een aantal weetjes over China vertel. Grappig om de eerste reacties van de groep te zien; de verbazing over de rochelende chinezen (die ik zelf niet meer hoor), het enthousiasme om overal binnen te stappen, vast te pakken, aan te raken en zoveel mogelijk te willen zien. En ook voor het avondeten sluit de hele groep, incl. Chris, aan in een restaurantje in het straatje van het hotel.

De jetlag-pillen werken niet echt. Meer dan de helft van de nacht wakker lig ik wakker. De groep gaat overdag hun eigen gang. Ik ontmoet twee groepsleden die via de TransSib naar Beijing zijn gekomen. Stuur wat faxen en e-mails. En als ik net de extra kamer gecancelled heb bij Rene in Lhasa, krijg ik de vraag om voor Lhasa, Lijiang en Yangshuo een extra kamer te regelen …

Het is mooi weer. Ik moet van mezelf ook even naar buiten om van de zon te genieten. Daar zit ik dan. Midden in Beijing. Moederziel alleen langs de kant van de weg. Rust. Hoewel de auto's, fietsers en brommers voor me langs rijden, remmen, stoppen en weer optrekken voor het stoplicht. Op de achtergrond prijst iemand in ongelijk, maar wel aanhoudend, geroep zijn waar aan. Links en rechts van me zitten discussierende oude mannen. Af en toe komt een stuurs kijkende moderne Chinese student voorbij dan weer een gillend groepje dames. Het dagelijkse leven in Beijing lijkt zo bekend.

Voor 12 man probeer ik tickets te regelen voor de Peking Opera; helaas zijn de goedkope tickets uitverkocht. Onderhandelen met de manager levert me de duurdere tickets met korting op. Leuke plekken voor het podium, de thee en snacks doen het leuk. Ik lever de groep 's avonds wel af, maar blijf zelf niet. Hier tref ik kort een reisleider, die ik vorig jaar in Islamabad ben tegengekomen. We zullen elkaar in het Zuiden van China opnieuw tegenkomen.

Kamer uitzetting
Mijn wekker staat een kwartier voor! De hele nacht niet geslapen en dan sta ik ook nog een half uur voor de afgesproken tijd in de lobby. Om 07.00 uur is iedereen netjes op tijd aanwezig voor vertrek naar de Muur bij Mutianyu en het Zomerpaleis. Ik irriteer me onderweg aan het rijgedrag van de chauffeur. Zodra hij denkt dat er iemand in de buurt van zijn bus komt (auto, wandelaar of fietser) dan toetert hij als een bezetene en mindert snelheid. Maar dat betekent ook dat door de drukte op de weg 'jan en alleman' voor ons glipt en ook dat is weer een reden om te remmen. De hakkelende beweging van gas geven en het gas weer loslaten maakt menigeen misselijk. Ik moet er natuurlijk wat van zeggen en even gaat het een stuk beter; gas op de plank en gaan. Totdat we opnieuw bij kruisingen komen. Ik laat het maar voor wat het is.

Bij aankomst bij de Muur weet ik een groepje te overtuigen eerst een Beijing-pannekoek te halen bij een straatstalletje. Een eimengsel wordt dun uitgesmeerd op een hete plaat. Enkele groene kruiden en hete saus worden toegevoegd, voordat een soort van gefrituurde krakende dunne koek in de pannenkoek wordt gevouwen. Heerlijk.

Een kaartje kopen loopt uit op een chaos, want er is teveel keus; lopen of de kabelbaan nemen? Indien de kabelbaan wordt gekozen, moet er opnieuw gekozen worden; gondel of de stoeltjeslift? Retour of enkele reis? Natuurlijk loop ik omhoog. De groep wil naar het niet-gerestaureerde gedeelte. Ik zoek in alle rust een wachttoren op. Krekels maken een vreemd rondzoemend geluid. Chinees getokkel speelt op de achtergrond, het geluid komt van een restaurantje 200 mtr beneden me. Af en toe een paar toeristen die mijn rust verstoren en weer snel verder gaan. Uitgerekend vandaag vergeet ik mijn fototoestel; strak blauwe lucht (zeker 30 graden!), niet teveel smog, geweldig uitzicht. Op zo'n moment is 'tourleader' zijn de beste baan die er is!

Voordat we naar het Zomerpaleis vertrekken, neem ik met mr. Jia, de chauffeur, zijn rijstijl nog eens door. Ik heb eigenlijk wel medelijden; de man heeft al 15 jaar zijn rijbewijs en nu wordt hij geconfronteerd met het feit dat zijn rijstijl niet goed wordt bevonden door westerlingen.

De hitte (én vermoeidheid van de klim) laat iedereen in slaap sukkelen. We moeten plots een (toilet-)stop maken, omdat iemand zich niet goed voelt. Uitdaging; vind zo snel mogelijk een wc als iemand ineens roept dat het 'nu' fout gaat. Door deze stop en door file doen we er ruim 2,5 uur over om bij het Zomerpaleis te komen. De groep is moe als we eindelijk bij het park zijn en ze gaan allemaal hun eigen weg. Ik sluit aan bij drie heren. Rustig rondslenterend door de 'long corridor', met heel veel andere toeristen. Een ijsje en noodlesoepje etend beklimmen we de heuvel en genieten van de tempels, het geweldige weer en het uitzicht over Kunming-lake en de hoogbouw van Beijing.

Terug in het hotel hebben we nog net tijd om even te douchen voordat we Peking Eend eten bij het HePingMen Restaurant. Ik wandel met een groepje door de hutongs terug naar het hotel.

Hutongs zijn de oude wijken, die momenteel verdwijnen voor wegen en nieuwbouw. In ieder straatje is een stinkende openbare WC terug te vinden en vandaar dat je veel mensen in de ochtend dan ook vrolijk in hun pyama over straat ziet lopen. De overheid doet verwoede pogingen de pyama's uit het straatbeeld te krijgen.

Bij terugkomst in het hotel blijkt dat iemand zijn kamergenoot uit de kamer wil zetten, omdat de ander te veel zou snurken. Niet echt een leuk moment; een extra kamer is niet te regelen en ik vind het ook 'not done' zo midden in de nacht. Dan moet je maar eerder een extra kamer aanvragen. Voor deze nacht neem ik de 'overtollige' persoon op mijn kamer. Ik slaap als een blok, van gesnurk merk ik niets. Misschien heb ik zelf nog wel harder gesnurkt, want mijn neus is verstopt.

Hergebruik van treinkaartjes
08.45 uur; wekker. Mwaaahhh moeite om mijn ogen open te krijgen. Mijn slaappie is al verdwenen. Ik ruim snel op, want om 09.00 uur kunnen de eersten met hun bagage komen. Daarna maar douchen en de regeldingetjes doen.
Om 15.30 uur vertrekken we naar het treinstation voor de nachttrein naar Xi'an. Na een half uur wachten in de wachtruimte (wat een belevenis op zich is om het gedrag van de Chinezen te zien), kan de groep de 'kaartjesmomenten' meemaken.

Eerste maal dat het kaartje getoond moet worden is om het station in te komen, waarbij de bagage door de X-ray machine moet. Echter, hier geldt weer de voorkeursbehandeling van buitenlanders; als ik vertel dat ik hier met 15 man langskom en vraag of we er zonder die toestand omheen mogen, is het ook goed. Tweede maal dat het kaartje getoond wordt, is voor betreding van het perron. Als vee worden de mensen door een sluis gejaagd, of eigenlijk jaagt men elkaar op. Meestal omdat degenen die geen genummerde zitplaats hebben, als eerste op de trein proberen te komen voor een goed plekje. Omdat dit het beginpunt is van de trein, zijn er wel genummerde plaatsen. Maar omdat iedereen zoveel bagage meeneemt, proberen ze nog steeds als eerste in de trein te zijn, zodat ze de bagage makkelijk kwijt kunnen. Op het perron voor de wagoningang staan de attendants netjes in tenue en in de houding te wachten op 'hun' passagiers, waar we voor de derde maal onze kaartjes tonen. Helaas gaan mensen eerst altijd uitgebreid kijken 'waar is mijn bed', dan (nog steeds in het gangpad staand) 'waar zal ik mijn bagage eens neerzetten'. Omdat ik altijd de rij sluit, kan ik me hier enorm aan irriteren. Het duurt minimaal een kwartier voordat ik de paar meter van het perron tot 'mijn bed' heb afgelegd. Als we dan allemaal zitten op de benedenbedden en klapstoeltjes in het gangpad en de trein op weg is, komt de attendant langs met een soort van boek. Alle kaartjes moeten nu omgewisseld worden voor plastic/metalen/papieren alternatieven. In veel gevallen is iedereen dan al bezig om zijn instant noodlesoepjes te bereiden of de in kunststof bakjes aangeleverde pakketten van de restauratie of ander etenswaar in te kopen bij de verkopers op de trein. Het licht gaat om 22.00 uit en rond 06.00 uur weer aan. Voordat we bij onze eindbestemming komen, komt dezelfde attendant weer langs om de kaartjes terug te wisselen. Het nut van de kaartjes eindigt pas bij de uitgang van het treinstation. Hier worden we opgewacht door een controleur die het kaartje inneemt (of als je daar op staat, er een stuk afscheurt).

De groep vindt de trein geweldig. Her en der word ik gevraagd wat te vertalen. Een van de attendants vraagt om Euro-muntjes. En als hij deze dan heeft ontvangen van de groep, vraagt een groepslid om een nachtzoen. Helaas ben ik de klos, hij wil alleen mij een nachtzoen brengen. Tja, ik heb in China slechts weinig knappe Chinese mannen gezien met een gezond gebit. Deze attendant is daar zeker geen voorbeeld van. Ik maak me dan ook uit de voeten en roep dat ik 'jiechung' (getrouwd) ben. Helemaal van slag dat hij 'buiten zijn boekje' is gegaan, komt hij even later vertellen dat ook hij getrouwd is en een dochtertje van 3 heeft …gelukkig!

Kommetje veilig reizen
06.41 uur komen we aan in Xi'an. Nog slaapdronken sta ik om me heen te kijken. Mijn hele richtingsgevoel is weg. In mijn beleving staan we aan de achterzijde van het station. Op goed geluk loop ik naar links om er achter te komen dat ik al bijna met mijn neus voor ons hotel sta. Ach, de groep heeft het gevoel dat het allemaal soepel verloopt en daar gaat het om. Onze (nieuwe) agent staat ons op te wachten. Zij heeft op mijn verzoek geregeld dat de kamers gereed zijn, zodat de groep nog even kan douchen voordat ze op excursie gaan. We zitten ditmaal zeer luxe in het hoofdgebouw, maar toch presteren de chinezen het om van de gang een klerezooi te maken; vieze doeken op het tapijt en het stinkt. Ik maak duidelijk dat ik het niets vind, maar onder het mom van 'het tapijt moet drogen' (logisch dat je er daarom smerige stinkende doeken overheen gooit) laten ze het lekker liggen.
Chris is hier al een dag met zijn groep. We krijgen een ontbijtje van onze agent, terwijl de groep een-voor-een binnendruppelt. Als ik de groep ook eten laat inslaan, struikelt een van de dames over een opstapje. Haar enkel doet pijn, maar het gaat. Ik verzorg het infopraatje in de bus voordat de groep naar het Terracotta-leger gaat. Ik besluit het een dagje rustig aan te doen, zo net voor ons vertrek naar Tibet.

Planningen zijn er om te wijzigen! Ons ontbijt loopt uit en we (Chris, agent en ik) spreken af, dat ik eerst ga douchen en wat werken. Daarna wachten we tot de groepen terug zijn, voordat we samen gaan lunchen. De groep is enthousiast voor een dumplingbanquet vanavond, dus maak ik daarvoor afspraken. De gevallen dame van deze ochtend komt terug met een dikke opgezette pols en paarse vingers. We besluiten toch 'even' een dokter hierna te laten kijken en de lunch over te slaan.

Ik heb geluk dat de agent nog in het hotel rondloopt en ik vraag haar mee te gaan naar het Xi'an Red Cross Hospital voor de technische vertaling. Hier wordt absoluut geen Engels gesproken en het ziet er niet ècht schoon uit. Voordat we geholpen worden, moet er eerst betaald worden. Natuurlijk moeten we daarvoor naar een ander gebouw. En als ik hier alleen was geweest had ik zeker niet geweten achter welke deur ik dat had moeten zoeken! Voordat er een foto genomen wordt van de arm, moet er weer eerst betaald worden. En voordat de arts ook maar iets onderneemt, moet er ook weer eerst betaald worden, enzovoort. In de behandelkamer ligt het gips van de vorige behandeling nog her en der verspreid. Schoon is het niet. Wit en steriel al helemaal niet, het lijkt meer op onze garage. Stoffig en grauw. Nadat er (op de Chinese manier) hardhandig en pijnlijk aan de arm getrokken en geduwd wordt, wordt er gespalkt en gegipst. Op de foto's, die na de behandeling zijn genomen, is zeker verschil te zien met de beginsituatie. Dus we (lees: de behandelend arts, wij knikken braaf instemmend) zijn tevreden. Met alle bonnetjes, foto's, pijnstillers en (Chinese) brieven vertrekken we om 15.30 uur terug naar het hotel.

Ik doe snel wat inkopen en lieg samen met de agent het hotelpersoneel voor dat de val veroorzaakt is door de doeken in de gang. Ik ben er tenslotte zelf al twee keer over gestruikeld! De sleuteldame haalt ze in 'no-time' weg! Op naar het communistisch uitziende Renmin Hotel voor ons dumplingsbanquet. We krijgen een eigen kamertje. Per tafel krijgen we een stoombakje met precies voor iedereen 1 dumpling. Dit gaat zo door totdat iedereen 18 verschillende soorten dumplings heeft gehad. Een mooie antieke pot komt op tafel, waarin hele kleine dumplings in de soep gegooid worden. Uitgeserveerd staat het aantal dumplings dat je in je kommetje vindt o.a. voor 'happy life', rijkdom óf een voorspoedige reis. Gelukkig heb ik dat laatste met mijn ene dumpling!

Ondanks dat we luxe kamers hebben in het hoofdgebouw vind ik een kakkerlak in mijn douche! Om 07.00 uur vertrekken we naar het vliegveld. Vond ik in 1995 Xi'an nog een leuke gezellige stad, nu ben ik blij dat we slechts één dag hier blijven. Het is een grote en drukke Chinese stad geworden, volledig gericht op toeristen.

Op het vliegveld kom ik een collega van Lode tegen, Annette; we zitten in hetzelfde vliegtuig! Helaas heeft iemand vergeten zijn mes uit de handbagage te halen. Ik ga terug naar de incheckbalie en mag het mes bij een vriendelijk lachende Chinese dame, die nog moet inchecken, in de koffer stoppen. Al had ik haar gevraagd drugs te smokkelen, ze vindt het allemaal best.

In het vliegtuig krijgen we tot de tussenstop in Xining een glas drinken en een pak ondefinieerbare koekjes. Er is veel ruimte in het toestel en ik verkas samen met de collega van Lode en haar reisleidster naar de achterkant van het vliegtuig om te praten over hun trip naar Mt Kailash. Xining voelt koud. Een nutteloze wandeling naar de transferruimte en weer terug voordat we doorvliegen naar Lhasa.

Bij aankomst in Lhasa is de kleinschaligheid van het vliegveld prettig. Er is maar een bagageband en geen paspoort- of permitcontrole. Een gidsje verzorgt samen met de chauffeur een Katha-service (offeren van een witzijden sjaal, symbool van zuiverheid). De rit van het vliegveld naar het hotel duurt langer dan verwacht. Door het vele water drinken (dat ik als een 'juf' heb aangeraden en van tijd tot tijd controleer) zijn er meer plasstops dan gepland. Er moet zelfs nog een keer gestopt worden om nieuw water in te slaan.

Heilige der heiligen
Omdat de overgang naar 3600 mtr hoogte groot is, laat ik iedereen naar hun kamer gaan en 2 uur slapen. Zelf loop ik eerst naar de agent om de paspoorten in te leveren voor de permit. Reserveer een tafel voor het avondeten bij Dunya. Hier kunnen we luxe westers eten en kan de groep 'relax hoogte' thee inslaan. Ik ben net op tijd terug in het hotel om met de groep lopend naar Dunya te gaan. Ik ben moe en heb zelf, doordat ik geen rust heb genomen, een lichte hoofdpijn.

De groep heeft, ondanks dat er wel mensen zijn met darmproblemen, geen hoogteziekteverschijnselen en is prettig volgzaam; ze drinken overdreven veel water, en gebruiken geen alcohol of sigaretten. Ik heb een rustig programma gemaakt voor de komende dagen, er vanuit gaande dat we een gidsje in Lhasa hebben (zoals het jochie ons zelf heeft medegedeeld). Helaas is dat niet zo, en zal ik zelf meer moeten 'gidsen' dan ik van plan was. Toch ben ik blij met de verbazing, enthousiasme en nieuwsgierigheid van de groep; ik merk dat ik het heel gewoon vind om in Lhasa rond te lopen en de zaken te regelen. Ik beloof mezelf meer te genieten.

Wakker worden om 08.30 uur omdat de eerste al op mijn deur bonkt omdat ze hoofdpijn heeft. Wie niet op deze hoogte?! Gordijnen en raam open. De geur en rook van verbrande jeneverbestakken walmen mijn kamer binnen vanaf Barkhor square. Tezamen met het ritmische gezang van de nonnen onder mijn raam. Zij reciteren hun mantra's, heilige teksten die vele malen worden herhaald in het kader van spirituele oefening. Vanuit mijn raam heb ik zicht op het dak van de Jokhang, het hart van Lhasa. Ik zie de eerste gelovigen hun kora rond de Jokhang lopen. Daarbij onophoudelijk de mani khorlo's (gebedsmolens) draaiend. Als de cilinder van de gebedsmolen om zijn as draait, draaien de rollen papier daarin hun gebed af tot heil van iedereen. Ze zijn er in alle maten; kleine om mee te nemen, tot aan heel grote die door het water van de rivier worden bewogen. De Tibetaanse kloostermuren zijn vaak omzoomd met honderden gebedsmolens, die de pelgrim de een na de ander in beweging zet. De gebedsmolen is maar een van de vele vindingrijke ideeën van de Tibetanen om op elk moment duizend mantra's tot de hemel te richten. Ze staan geschreven op talloze gebedsvlaggen die langs de wegen of op bruggen, tenten, huizen en hoge passen wapperen in de wind. De vrouwen dragen heilige formules in de rijk bewerkte en met juwelen (jade, turqouise) bezette hangers.

Het ritmische geluid van de 20 mannen en vrouwen die op het dak van de Jokhang werken (aanstampen en slaan van een nieuw lemen dak) geeft het gevoel dat de stad langzaam wakker wordt.

Om 10.00 uur vertrek ik met 13 man naar de Jokhang-tempel. Eerst stilstaan bij de ingang. We bekijken de offering van jeneverbestakken in de speciale ovens en het onophoudelijke prosterneren van de pelgrims. En dan pas gaan we de tempel in.

Koning Songtsen Gambo (ca. 617 – 698) verenigde heel Tibet en maakte Lhasa tot zijn hoofdstad. In de 7e eeuw komt ook het boeddhisme naar Tibet, volgens de overlevering door de invloed van zijn twee buitenlandse vrouwen (daarnaast had hij ook nog 4 tibetaanse vrouwen). Omdat Songtsen Gambo een bedreiging voor China was, kon hij een Chinese prinses eisen als zijn bruid. Hiervoor werd de geadopteerde dochter, Wen Cheng, van de keizer gestuurd met een gouden boeddha-beeld als bruidschat. Beweerd wordt dat het land's heiligste beeld van Sakyamuni ('huidige boeddha') in de Jokhang tempel het beeld is dat Wen Cheng 1350 jaar geleden meebracht. De koning maakte een ander bondgenootschap door te trouwen met prinses Tritsun uit Nepal.

Geweldige serene sfeer. Pelgrims lopen (of eigenlijk rennen!) binnen de Jokhang rondom de 'Main Assembly Hall'. Ze lopen de Nangkhor Kora (= pelgrimcircuit binnen de Jokhang) daarbij de grote gebedsmolens draaiend. Opvallend zijn de ranzige lucht van de yakboterkaarsjes en het verschil tussen de oude en nieuw gerenoveerde muurschilderingen. Op de achtergrond klinkt het geratel van de gebedsmolens. Ik word door een non naar de deur van het heilige der heiligen, het hart van de tempel, geduwd. Ondanks de rij van tegengehouden wachtende Tibetanen worden wij, toeristen, gewoon door en voor gelaten. Hier voel ik me niet lekker bij, maar de non duwt me gewoon door tot ik binnen ben. De anderhalve pelgrim die wel naar binnen mag, maakt de mystieke sfeer. Wij volgen langs de, door yakboter verlichtte, beelden en muurschilderingen van Chenrezi, Sakyamuni, koning Songtsen Gampo. De pelgrims gaan ons mantra mompelend, prostenerend en in complete devotie voor. De goede en kwade wachters bij de ingang zijn alleen met zaklantaarn te bekijken. Gelukkig ben ik voorbereid. Ik schijn met mijn zaklantaarn naar het plafond om de leeuwen- en mensenhoofden die de invloed uit Perzië verraden aan te wijzen, die je anders makkelijk over het hoofd ziet. Zowel het houtsnijwerk van de deurposten als de beelden zitten onder een vettige laag; veroorzaakt door de walm van de yakboterkaarsen en vette handen van de pelgrims. Ook wij lopen de Nangkhor Kora en draaien een paar gebedsmolens. We nemen de typische geur van yakboter in ons op, de zonnestralen die hier nog net naar binnen vallen op de vrolijke geel, groen, blauw en rode kleuren van beelden en muurschilderingen in de donkere ruimtes. Ook de vele Tibetanen bekijken we ongegeneerd. Die paar uur hier zijn veel te kort!

Op het dak genieten we een tijd lang van het uitzicht op Barkhor square en Potala Palace. Maar ook de goudkleurige daken van de Jokhang zelf, de bruinrode muren, grote zwart/witte doeken die aan het dak hangen en de goudkleurige versierselen zoals reeën en het dharmawiel. Want was het vanochtend nog bewolkt en koud (vannacht heeft het ontzettend geregend), nu schijnt de zon en is het warm. Het begint op vakantie te lijken!

Mijn liefje
De groep splitst zich op. De een gaat naar de nunnery, de ander gaat lunchen en natuurlijk zijn er een paar die eerst een plaspauze nodig hebben. Ik slenter zelf naar Potala en geniet een tijd lang van het uitzicht. Ik heb hetzelfde overweldigende gevoel dat ik kreeg toen ik hier een paar jaar geleden voor het eerst stond.

Ik ga de paspoorten halen en breng (te) veel tijd door bij Dunya met kletsen. Regel een bus voor ons uitstapje naar Ganden en een rondleiding in het Tibetaanse ziekenhuis, voordat ik in de zon op het dakterras van ons Mandala-hotel neerzak. De verbazing is groot als even later zowel Marcus als ik uitroepen “he, wat doe jij hier?”. Tijdens mijn trip met Lode in Xinjiang in augustus hebben we in Kashgar zijn verjaardag samen gevierd. We kletsen een uurtje bij, voordat ik me weer naar de lobby haast. Er staan 12 man te wachten om mee te gaan avondeten. Keuze voor vanavond; Makye Amye (oftewel tibetaans voor 'mijn liefje'). Leuke stek aan de achterzijde van de Jokhang en met uitzicht op de Kora. Het eten is echter vrij vet.

Rustig opstaan; ontbijten in het restaurant van het hotel. Ik bel, internet en heb de helft van mijn actielijstje nog niet afgewerkt als het alweer tijd is om te verzamelen. De meeste verhalen gaan over hoe geweldig het is om door Lhasa en omgeving te fietsen. Hmmm, wat was ik graag meegegaan!

Om 13.00 uur vertrekken we naar het Sera-klooster. Een aantal met de fiets, de rest sluit aan om zich met minibus no.5 naar het klooster te laten brengen. Op het eerste gezicht niet echt bijzonder; omdat Sera op dit moment in de steigers staat en openligt omdat er riolering wordt aangelegd. Weinig monniken en pelgrims en uitgerekend vandaag geen debatten. Wel vele muurschilderingen, standbeelden en is het mogelijk een kijkje te nemen in de grote keukens (voorheen voor enkele duizenden monniken, nu nog voor slechts een paar honderd). In de college- en gebedshallen liggen rode zitkussens in geordende rijen, met her en der een pij of gele kap alsof de monniken nog maar net een minuut geleden zijn weggelopen. Vooral de Sera Je-hal valt op door de kapel met een demon-god met paardehoofd. De enkele pelgrim die in Sera rondloopt, is hier te vinden. En klimt zo ver als mogelijk op handen en voeten de kapel in. Hier in deze hal werden de Kham opgeleid en vinden we aan het plafond allerlei (stoffige) wapens, waaronder pijl en boog. De wapens zijn bij het klooster ingeleverd om een beter karma te krijgen.

We lopen met 4 man de Lingkor rondom Sera. En ontmoeten een monnik die ons vertelt dat hij net 9 maanden in de gevangenis van Shigatse heeft gezeten, omdat hij niet de officiële papieren had om de grens met Nepal en India over te gaan. Vervelend detail: ca. 25 dagen lopen door berggebied (in de buurt van Mt Everest) om vervolgens door de Nepalese douane onderschept en uitgeleverd te worden aan de Chinezen. Verrassend detail: hij wil het volgend jaar zomer opnieuw proberen.

Het is bloedheet en onze nieuwe vriend wil ons graag naar de meditatiegrot van Tsongkapa brengen; “not far”. Mijn medeklimmers hebben het moeilijk, dus ik vraag voor het gemak toch even hoe ver 'not far' is. Slechts 20 minuten klimmen … We vinden dat iets te en zakken weer af naar de Lingkhor. Onze vriend weet ver boven ons nog een aantal keer onze aandacht te trekken door te fluiten en te zwaaien als wij langs de manimuren, rotsschilderingen en de Thangka-muur lopen. Het uitzicht is geweldig. Zicht op Lhasa, veel groen en de noordzijde van Potala. Hiervandaan zie je dat Potala echt op een heuvel -Red Hill- ligt. Ik probeer samen met Manon de snuf van een oud Tibetaans vrouwtje; volgens haar uitbeelding verdwijnt daardoor eventuele pijn en word je vrolijk … Wij snuiven het spul als coke op en moeten allebei ontzettend proesten! Wat het vrouwtje doet schaterlachen; zij snuft vervolgens 10x zo veel op zonder een krimp te geven. Even later laat ze zich dankbaar, hand in hand, over de planken over de open riolering helpen.

Deze avond laat ik me door een paar groepsleden meenemen naar een chinees restaurantje waar zij die middag hebben geluncht.

Niet open voor noodgevallen
Om 07.30 uur ontbijt gevraagd in het hotel. Er moet echter nog opgestart worden op dat tijdstip. Een kwartier later komen de Tibetaanse dames van de bediening met een slapend hoofd binnen. Ze zijn zo schattig grappig en jong, doen erg hun best en alles met een lach dat we onmogelijk boos op hen kunnen worden. Zelfs de groep is overdreven geduldig met hen, dat in tegenstelling tot hun gedrag naar de Chinezen.

We vertrekken wandelend naar Potala als er ineens een gigantische regenbui losbarst. Terugrennen om onze regenjassen te halen en we nemen bij Barkhor taxi's en fietsriksja's naar de west-ingang van Potala. In tegenstelling tot alle andere tourgroepen, wandelen wij de stijle weg omhoog. De groep blijft bij elkaar, omdat ze het leuk vinden dat ik er wat bij vertel.
Het Potala is 100 meter hoog, 400 meter lang en 350 meter breed. De muren zijn 2 tot 5 meter dik. Het paleis heeft 13 verdiepingen, 1000 vertrekken, 10.000 altaren en 20.000 beelden.

In de 7e eeuw bouwde Koning Songtsen Gambo buiten de eigenlijke stad Lhasa een burcht voor zijn 2 (buitenlandse) vrouwen op de heuvel Marpori (Red Hill). Na een felle brand blijven hier slecht 2 kamers van over.

In de 17e eeuw laat de 5e Dalai Lama een (wit) paleis optrekken op Red Hill. De fundering van het gebouw is versterkt met koper tegen aardbevingen. Dit witte paleis wordt later gebruikt voor kerkers, cellen van de monniken en bedienden en voor de graan- en voorraadschuren voor de offergaven. Als de 'great fifth' in 1682 overlijdt, houden zijn regenten dit nog 10 jaar stil en bouwen het rode gedeelte voor ceremoniële ruimtes dat een religieuze functie krijgt. Daarnaast is er nog een gele muur die wordt gebruikt om de thanka's op te hangen.

De Tibetanen beschouwen de Dalai Lama als onsterfelijk. Bij zijn 'dood' stapt hij gewoon in een ander lichaam over. Met al zijn krachten reïncarneert hij in een kind, ergens in Tibet. De dertiende Dalai Lama stierf in 1933. De regering raadpleegde de staatsorakels en de meest geleerde lama's om vast te stellen waar hij gereïncarneerd kon zijn. Daarvoor bekeken zij verschillende tekens. Het lichaam van de gestorven Dalai Lama werd neergezet op zijn troon, die naar het zuiden uitkijkt. Enkele dagen later had hij zijn gezicht naar het oosten gekeerd. Voor de orakels was het duidelijk dat ze de nieuwe Dalai Lama in die richting moesten zoeken. Zo kwamen twee bedelmonniken in 1937 naar Amdo (Noordoost Tibet) om een tweejarig jongetje op te zoeken. Het kind gaf moeiteloos antwoord op moeilijke vragen. Hij wist wie de leider van een groot klooster in Lhasa was en kon aanwijzen welke voorwerpen die hij te zien kreeg, van de dertiende Dalai Lama waren geweest. In 1940 werd het kind als de veertiende reïncarnatie van de Dalai Lama aanvaard.

De eerste Dalai Lama (1391) was de abt van Tashilumpo (Shigatse) en discipel van Stong Khapa. De 5e en de 13e Dalai Lama zijn historisch gezien de belangrijkste Dalai Lama's geweest. De 'great fifth' (1617 – 1682) omdat hij Tibet heeft verenigd en het Potala liet bouwen. Deze 5e Dalai Lama werd met zijn 4 voorgangers en alle toekomstige Dalai Lama's herkend als Avalokiteshvara, de bodhisattva van mededogen. Een bodhisattva is een soort van apostel die nastreeft om mensen te helpen en gelukkig te maken.

De 13e Dalai Lama (1876 – 1933) weerstond een Britse invasie en riep de onafhankelijkheid uit in 1912, nadat China een republiek werd.


2,5 uur lang volgt de groep in opperste verbazing door het rode paleis; het religieuze en politieke centrum van Tibet. Bij de ingang van het rode paleis zijn wandschilderingen te vinden van de bouw van het potala en een handafdruk van de 13e Dalai Lama. Binnen zijn de tombes van alle Dalai Lama's (vanaf de 5e natuurlijk) terug te vinden, behalve die van de 6e Dalai Lama die na een ontvoering nooit meer is teruggevonden. Aandachtspunten zijn het beeld van de 5e Dalai Lama dat even hoog is als het beeld van Sakyamuni, wat hun gelijkwaardige positie uitbeeld. De stoepa's, net als de tombes rijkelijk bekleed met veelkleurige (edel-)stenen en turquoise, symboliseren de innerlijke kwaliteiten van de boeddha's en de 13 stappen naar verlichting. En daar waar we de pelgrims tegenkomen en veel boterlampjes worden gebrand, vinden we het beeld dat de Nepalese bruid van koning Songtsen Gambo als bruidschat meenam. Op het dak staan we op dezelfde plek waar de 14e Dalai Lama, als kind stond en door zijn verrekijker, naar het dagelijkse leven in de straten van Lhasa gluurde.

Bij de uitgang wordt menigeen overgehaald om de onderhandelingen op te starten voor souvenirs. Ik zie menig extra kilo bagage aangekocht worden. Ik loop met 2 man de kora rond Potala. Nog steeds maken de grote gebedsmolens een knerpend geluid. Nieuw zijn de vele Chinese overdekte stalletjes die langs het pad staan. Opvallend zijn de weinige Tibetanen en we zien al helemaal geen (zingende) monniken meer. We lunchen op het dak van New Mandala Restaurant; geweldige gefrituurde momo's. Het is stralend warm weer en we hebben uitzicht op de Barkhor square en de ingang van de Jokhang. Jammer dat de tijd zo snel voorbij gaat. We haasten ons naar het Tibetaanse ziekenhuis. Hier heb ik 2 dagen geleden voor de hele groep een afspraak gemaakt voor een Engelstalige uitleg. Het ziekenhuis zit echter potdicht. Ik maak me eigenlijk meer zorgen om het feit dat ik absoluut niet had geweten waar ik heen moet gaan als er iemand ziek was geweest, dan dat we er nu niet binnen kunnen. Een aantal wil geld wisselen en we hebben het idee om daarna naar 'het andere ziekenhuis' te lopen. Niet zeker of er wel iemand is om ons rond te leiden en omdat het al 16.00 uur is, besluiten we yakthee te drinken op de plek waar een paar groepsleden het lekker vonden. Dit laatste is onbegrijpelijk omdat Westerlingen de echte gewoonweg niet lekker vinden. In een typisch Tibetaans tentje drinken we, ipv de echte zoute boterthee, zoete melkthee; ik beloof later in de reis alsnog de echte yakboterthee te regelen!

Ik drink nog een bak thee met Marcus op het dakterras voordat we om 18.30 uur in de lobby verzamelen voor het avondeten. Met 10 man gaan we naar Tashi I. Vijf jaar geleden was dit de meest trendy eettent voor toeristen. Nu is het, met nog steeds dezelfde aankleding van toen, een kale bende. We zijn teveel verwend! We eten er niet minder lekker om, momo's: vlees-, groente- en appelvulling, zowel gefrituurd als gestoomd. 's Avonds op stap om water in te kopen voor in de bus, zodat niet iedereen met grote voorraden flessen hoeft te sjouwen. Helaas heeft de groothandelaar slechts de helft (36) van het aantal dat ik wil hebben (75).

Nederlandse yak met buik
Nieuwe dag; we vertrekken om 08.00 uur naar Ganden Klooster. We leggen de 45 kilometer naar het klooster met de bus in 1,5 uur af. De weg tot het oude fort Dagze Dzong is goed begaanbaar. Daarna draaien we de weg af en slingeren in ca een half uur de onverharde zandweg op om 600 meter bergop te rijden tot 4250 meter. Gieren zweven boven de naastgelegen berg.

Ganden; politiek en religieus centrum van de geelkaporde (dus niet de Dalai Lama, hij is politiek en religieus leider van Tibet!). Tibet's grootste 'reformer' Tsong Khapa (1357 – 1419), is stichter van de 'yellow hat' sekte en de grondlegger van zowel het Ganden Klooster als Sera en Drepung. Ganden is in 1409 gesticht om monniken op te leiden en om te vormen van Tibetaans boeddhisme naar geelkaporde.

1959 alle monniken worden verdreven
1966 de gebouwen Ganden worden met dynamiet opgeblazen
1996 opnieuw sancties tegen monniken
Waren er voorheen 4.000 monniken en 200 gebouwen, nu zijn er nog ca 400 monniken en staan er weer 20 gebouwen. De Tibetanen zijn er trots op dat de renovatie geheel zonder hulp van de chinezen gebeurt.


We stoppen als we goed uitzicht hebben op het klooster. Duidelijk is het verschil te zien tussen de resten van de met dynamiet opgeblazen gebouwen en de nieuwbouw.

Bij het klooster wil de groep eerst de kora lopen. We kopen gebedsvlaggen en klimmen omhoog. Een geweldig uitzicht op de Lhasa-rivier ver beneden ons. Alleen het geluid van de wind is te horen. De wind, die straks de gebeden van onze vlaggetjes naar de goden brengt … Recht onder ons het klooster. Mooi detail is de wc, 3 muurtjes van 75 cm hoog en een diep gat op 4250 meter met een gigantisch uitzicht!

Ik laat de groep achter en klim de kora alleen verder tot ik bij 2 monniken en 2 vrouwen met een kind aansluit. Geweldig hoe ze me af en toe terugroepen omdat ik een steen dien aan te raken of drie maal tussen 2 nauwsluitende rotsblokken dien door te klimmen. Samen bezoeken we de meditatiegrot van Tsong Khapa, waar mijn zaklamp uitkomst biedt om de donkere hoeken zichtbaar te maken. Ik koop een soort van besjes/korreltjes bij een monnik die goed tegen maagklachten zijn (zo begrijp ik uit het toneelstukje dat hij voor me opvoert). We lopen door, ergens moet ik met m'n buik over een steen wrijven dan weer wordt het jochie op een steen getild om met z'n hand over een heilige plek te wrijven. Ik neem foto's en beloof ze te sturen. Het adres is echter wel heel algemeen: Barkhor – Lhasa. Ik loop naar het klooster en krijg een persoonlijke muzikale opvoering van een monnik. Hij vindt het vervolgens leuk om met mijn camera te spelen, waardoor mijn fotorolletje direct vol is. Op de binnenplaats tref ik een paar man van mijn groep en een tweetal monniken. De een verbaast zich over de Nederlandse buik en haargroei. De andere noemt hem een yak. Ik bekijk de troon waar alleen de Dalai Lama en Ganden Tripa (=abt) op mogen plaatsnemen, de goud/zilveren tombe van Tsong Khapa en luister mee met de monniken die een kort gebed opzeggen voordat ze gaan eten. Helaas zijn de kapellen van de woeste beschermgoden niet toegankelijk voor vrouwen! Voordat we om 13.00 uur terug naar Lhasa vertrekken, moet ik nog even bij mijn kora-vrienden aansluiten. Ik krijg wat te drinken en moet van reeds afgekloven botten mee-eten, voordat ze me vrolijk uitzwaaien.

Terug in Lhasa gaan we met 10 man naar het blindeninstituut. Het instituut is opgezet door een Duitse (blinde) dame en haar Nederlandse vriend achter het Peace Hotel (loop het straatje rechts naast hotel in, eerste straatje links). Sanbu, zelf blind na een ongeluk, geeft ons een leuke en interessante rondleiding. Hij weet goed duidelijk te maken hoe moeilijk het is om je als blinde in Tibet te moeten redden.

Avontuur op de schop
Vandaag vertrekken we naar Gyantse met gids Jyaltsen en chauffeur Karma (toepasselijke naam!). Opnieuw heb ik het ontbijt in het hotel vooraf proberen te reserveren en weer komen de dametjes later binnenschuiven. Onze westerse eisen en planningen hebben hier geen enkel effect. Na anderhalf uur bussen, moet er van bus gewisseld worden (waarom weet ik nu nog steeds niet) maar het duurt me wel te lang. Een half uur wachten op een betere (?) bus en vervolgens alle bagage en water ompakken. De grote Friendship Highway is niet meer dan een onverharde weg met stenen. Het regent en de weg is slecht en modderig. Het uitzicht is met die regen dan ook triest. Om 11.15 uur komen we bij de eerste pas: de Kamba La op 4850 meter. Het is steenkoud, het sneeuwt en waar men normaal een geweldig uitzicht heeft op het turqoise Schorpioenemeer beneden ons, zien wij helemaal niets. We knopen onze gebedsvlaggen aan elkaar en ik klim op de stenen omhoog om de vlaggen te bevestigen alvorens we volgens Tibetaans ritueel 'Kiki tsotso' en driemaal 'La so la' roepen. Bij de laatste 'La so la' gooien we, geheel verkleumd, tsampa (gerstepoeder) in de lucht. Om vervolgens snel weer naar de, niet verwarmde, bus te rennen.
Het weer trekt bij als we de pas verder afzakken en we warmen weer wat op. Na twee uur rijden stoppen we voor de lunch in Nagartse en eten een bak heerlijke warme vegie noodles. Als we verder rijden, rozig van de lunch en de zon, besluit ik te stoppen om vanaf het punt met uitzicht op een gletsjer een frisse neus te halen en een half uurtje vooruit te laten lopen op de bus. Niet veel later stoppen we bij een gletsjer waar de nomaden families wat bij willen verdienen door op de foto te gaan. Na de Karo La (5045 meter) durf ik een uitspraak te doen, dat het me verbaast dat onze trip naar Gyantse zo soepel verloopt. Amper gezegd staat er traditioneel oponthoud: een truck staat midden op de onverharde weg stil, omdat de versnellingsbak kapot is. Het ziet er niet naar uit dat de truck vandaag nog aan de kant gaat. Ik doe een voorstel om met de tractor naar het eerstvolgende dorp te rijden om daar iets te eten en eventueel (als het heel lang duurt) daar te blijven slapen. Mijn enthousiasme voor wat avontuur trekt de groep geenszins en dus gaan we met zijn allen met vereende krachten (ik met schop en koevoet) het alternatief uitwerken; een stuk weg maken door stenen te verplaatsen en gaten dicht te gooien. Helaas kunnen we de bulten niet geheel wegwerken, maar de stuurmanskunst van Karma werpt, na een paar vruchteloze pogingen, vruchten af. In de bus roept de groep drie hoeraatjes voor Mr Karma en we kunnen door naar de Simi-La op 4330 meter. Doordat het laat is, al de 3e pas van vandaag en iedereen vermoeid is, blijven we hier zeer kort.

Als we eindelijk in Gyantse aankomen besluiten we eerst te gaan eten bij Tashi. Ook ik ben moe en de groep verwacht een a-la-minute maaltijd … grrrhh.

We checken in in het Wutse Hotel en ik drink met Jyaltsen en een paar van zijn collega's nog een drankje voordat ik mijn bed induik. Letterlijk; mijn eenpersoonkamertje is dusdanig ingericht dat ik of direct op het bed zit of nog net de badkamer in kan; ach meer heeft een mens ook niet nodig. En de badkamer is alleraardigst.

Budgetreis met 5 sterren
Ik loop mijn benen uit mijn lijf om het ontbijt geregeld te krijgen, set-menu met veel aanvullingen. Ik heb door de korte nacht nog wat van mijn chagrijnige bui van gisteren over; slecht begin van de dag. We lopen naar het Baiyu klooster en Kumbum stupa. De uitleg van Jyaltsen is goed, de groep vindt het leuk. Ik vind dat er wel wat vaart in moet komen anders komen we vanavond pas laat in Shigatse aan. We staan stil bij de 'circle of life' die bestaat uit 6 delen: mens, dier, hemel, 'demon gods' en 'angry gods'. En de les dat alles in het leven vanuit jezelf moet komen; je niet gedragen als varken (onwetendheid), slang (woede) of haan (jaloersheid). We zien vele geschriften liggen; hier schijnt een volledige kunjar, geschreven teksten van boeddha 108 stuks (daarentegen zijn het er voor de danjoe 207), in de tempel aanwezig te zijn. De oude boeken/geschriften worden circa 1 à 2 maal per jaar geopend voor families tegen betaling. Nu lopen monniken en pelgrims gebogen onder de 1 meter hoge onderdoorgang van de hoge geschriftenkasten door om de 'zegening van de geschriften te krijgen'. Iedere familie zal in ieder geval één kaarsje branden per dag. In plaats van yakboter (er zijn niet veel yaks meer in Tibet) zien we veel gele pakken 'ghee' uit India. Alleen de rijke families (ca 2%) zijn rijk genoeg om nog 7 maal per dag echte yakboter te offeren.

We hebben slechts een half uur over om Kumbum te beklimmen en de verschillende kapellen onderweg naar nirvana en de oerboeddha te bekijken. De kapellen zijn gevuld met (originele) muurschilderingen en (nieuwe en gerenoveerde) beelden.

Slechts een paar man beklimmen het fort. Een stevige klim van 15 minuten stijl omhoog, die zeker de moeite waard is. In de brandende zon genieten we van het uitzicht op het klooster en de omgeving. Voordat we ons bij de rest aansluiten voor een noodlesoep bij Tashi. Om 15.00 uur vertrekken we eindelijk naar Shigatse. Helaas is de nieuwe weg ineens opengebroken en moeten we met de bus door de velden. Onderweg stoppen we voor een bezoek aan een boerenfamilie. Alleen de kinderen zijn thuis; smerige koppies kijken ons verlegen aan. Ze schenken yakboterthee (de echte die niemand lust) en 'chang' (Tibetaans bier). Via Jyaltsen kan de groep vragen stellen en even later overal rondkijken. Groep vindt het geweldig, dus ik ook.

Zoute yakboterthee is de nationale drank en wordt op elk uur van de dag gedronken. Deze vette thee helpt de kou te verdragen. Gedroogd yakvlees, melk en een kaas die jarenlang bewaard kan worden en waarop kinderen zuigen als op een zuurtje, completeren het dieet van de nomadische Tibetaan. De boeren in de dalen eten verder nog wat fruit en groente. Op feestdagen worden momo's gemaakt, een soort van grote gestoomde ravioli. Na 1970 vervingen de Chinezen de traditionele gerst door wintergraan, dat beter smaakt maar op grote hoogte niet goed gedijt. Deze verandering veroorzaakte hongersnoden. Van de onvervangbare gerst brouwen de Tibetanen chang, een drank waar ze verzot op zijn. Ze drinken hem bij elke gelegenheid, op lange winteravonden, tijdens familiebijeenkomsten of met hun buren, om te praten, te lachen en te zingen.

Om 18.00 uur komen we in Shigatse aan; het Manasarovar Hotel is een poepchique, veel te duur hotel waarvan ik beweer dat we in het bijgebouw zitten waar de 'shared bathrooms' in de hal zijn te vinden. Uiteindelijk sta ik in mijn smerige kloffie en smerige bergschoenen onhandig midden in de kamer te draaien. Ik val hier volledig uit de toon; dit is zelfs voor NL'se begrippen een 5 sterren hotel. De kamer is ruim met een luxe badkamer, minibar, zuurstofapparaat en zelfs een kamerjas! De groep is dan ook erg te spreken over de kamers, maar vindt het weinig avontuurlijk.

Ik wilde nieuwe dingen doen in Shigatse; maar het wordt vnl Nepalees eten! We eten bij het Nepalese restaurant voor het hotel; geweldig buffet, waarbij ik het jammer vind dat mijn maag niet groter is.

Novice wordt monnik
Shigatse is de tweede stad van Tibet. Waar nu op een heuvel de restanten van het fort te zien zijn, stond voorheen een kleine kopie van het Potala paleis. Hier huisden ooit 3500 monniken nu zijn het er ca 600. Het Tashilumpo klooster is de residentie van de Panchen Lama. Er is echter slechts één originele tombe met de lichamen van de 5e t/m 9e Panchen Lama in het klooster (rest is vernieuwd na de culturele revolutie).

De 10e Panchen Lama, opgeleid door de chinezen, heeft zich uiteindelijk tegen de Chinese overheersing gekeerd en wordt nu als held vereerd. Ook de huidige 11e Panchen Lama wordt door China opgeleid.


We laten ons luxe met de bus naar het Tashilumpo klooster brengen. Die bus is een beetje overdreven want zo heel erg ver is het niet. Jyaltsen gidst ons 3 uur lang door het klooster. We lopen eenmaal rond de drie chörtens voordat we de tempel ingaan. We hangen iets van onszelf op in de tempel (wat op de huid heeft gezeten) tegen ziektes en voor een gezond leven. We blijven in een zaaltje genieten van een groepje oude monniken, die voor families gebeden reciteren voor geld. Oude gerimpelde koppies en hun 'arbeid' lijkt allemaal wat langzamer te gaan. Her en der wordt ondersteunend geklapt. En als het 'refrein' herkenbaar is, zet de rest enthousiast in. Er wordt echter ook vrolijk tussendoor gebabbeld.

De groep verbaast zich over de vele 'swastika's' in Tibet; hier betekent de swastika eeuwigdurend. Hitler heeft het runen-teken later 'gekopieerd' voor zijn hakenkruis. Maar ook over de vele geofferde yakboterlampjes. De Tibetanen geloven dat de lampjes die zij tijdens het leven branden, hen zullen bijlichten in de dood als zij in de duisternis leven. Op de binnenplaats laat een groepslid zich door een van de Tibetaanse dames aankleden in de Tibetaanse dracht; het typische schort, de 'riem' met sluiting. De Tibetaanse dames hebben er lol in en laten zich gewillig fotograferen door de groep.

We eindigen bij het 'debating', het polijsten van de geest van de monniken. Blij dat de groep dit alsnog te zien krijgt, omdat we dat in de vorige kloosters iedere keer misliepen. Heerlijk warm weer. We geven Jyaltsen vrij en gaan met z'n allen momo's eten bij een typisch Tibetaans tentje in het straatje schuin tegenover de ingang van het klooster. Daarna gaat iedereen op eigen gelegenheid de Kora lopen en door naar de markt aan de voet van het oude fort. Ik haak aan bij een paar monniken en later bij een monnik die bij rotstekeningen tegen betaling soetra's reciteert voor families. De Tibetaanse markt is, op de prijs na, in de afgelopen vijf jaar absoluut niet verandert.

Om 18.00 uur gaan we terug naar het Tashilumpo-klooster voor een speciale gebedsdienst. Vandaag wordt een novice tijdens deze gebedsdienst een echte monnik en zal hij de tantrische gebeden zingen. Eerst zingen de bevriende jonge monnikjes hem buiten toe om hem geluk te wensen, om vervolgens de grote gebedshal op blote voeten binnen te rennen. De kleine mannen dragen zware gele vilten pijen en dragen de typische gele 'steek' dwars op hun hoofd. 30 a 40 jochies van die kleine monnikjes, die weer 'ns absoluut niet geconcentreerd zijn, mompelen hun gebeden. Af en toe richtten ze een steelse blik op ons en halen ongein met elkaar uit. Hoge stemmetjes her en der vallen bij het gezang in. Als het dan ineens stil valt is alleen het lage keelgeluid van de oude lama nog te horen alsof hij voorzingt.

Gepaste eerbied: wij zitten op een trappetje op de grond, omdat wij niet op de hoge kussens mogen plaatsnemen. Nieuwsgierige lachende, ondeugend kijkende, koppies gluren af en toe onze kant op. De yakboter-geur komt in walmen voorbij; van de kaarsjes, van de kussens, maar ook van de bewegende pijen van de monnikjes. Opvallend detail ten opzichte van de zwartgeblakerde muur, muurschilderingen, gele banieren en veelkleurige thanka's is een lelijke kistsherige kermis woonwagenlamp. Eerst sluiten er nog een paar Chinese toeristen aan, maar die haken na 5 minuten af. Wij realiseren ons wèl hoe speciaal dit is en kijken onze ogen uit.

Een oudere monnik loopt met een stok met brandende wierook door de 'gangen' van kussens en pilaren. Even later worden de zware deuren opengegooid en komen twee (tiener-)monniken met grote kannen (als kolenkits) thee brengen. Ook zij dragen hun 'steek' overdwars, als Napoleon, op het hoofd. Ineens is het stil. Iedereen slurpt van zijn thee. De abt gaat staan (zijn kap staat wel recht op zijn hoofd!) en draagt voor. De kleintjes zijn onrustig, fluisteren naar elkaar, zitten onderuit gezakt, pesten elkaar.

Uiteindelijk staat dé novice op en voert een solo op (tot tweemaal toe afgewisseld met de abt) en krijgt een nieuwe pij. De monnik met de wierook komt weer langs, de kleintjes zetten ook weer in met hun mantra's en de thee wordt bijgeschonken. De novice, die geen novice meer is, prosterneert . Het zingen wordt aangevuld met handgeklap.

Het is laat en we hebben nog niet gegeten. We wandelen terug via Tashi. Ik bestel nog steeds eten voor de hele groep en dat betekent dat ik dus alleen maar dingen bestel die ik zelf het lekkerst vind (lees momo's en curries)!

Plasstops en stoelgangproblemen
Natuurlijk is hier in Tibet het verhaal dat de groep zo braaf is en mijn advies van veel drinken goed heeft opgevolgd; ze blijven drinken. Gevolg echter hiervan zijn de plasstops om het half uur! Dat begon direct al na aankomst op het vliegveld van Lhasa. In plaats van de 2 uur die het normalerwijs duurt om van het vliegveld naar het hotel te komen, deden wij er door diverse plasstops 3 uur over! Iedere stop wordt gekenmerkt door mensen die echt een sprint uit de bus trekken en zo snel mogelijk een plaatsje zoeken. Niemand trekt zich ook maar iets aan van 'waar zal ik eens bedekt gaan zitten'. Ik onderneem nog verschillende malen een poging om het verschil aan te geven; mannen links van de bus, vrouwen rechts. De gezelligheid is er dus ook tijdens het plassen; in groepjes. De een met een hand achter tegen de bus of een muurtje (tegen het achterovervallen?), weer een ander altijd met de grote witte billen richting alles en iedereen; 'zie mij'.

De stops bij de 'officiële' toiletten. Ja, iedere keer moest ik toch weer opnieuw uitleggen welke richting de vrouwen in moeten en welke de mannen; we hebben verschillende malen verschrikte lokalen de wc's uit zien lopen. De sterke verhalen over hoe verschrikkelijk het er deze keer weer uitziet en ruikt zijn niet van de lucht. Terwijl we toch ook ontzettend mooie plekken hebben gehad; op het dak van New Mandala-restaurant met uitzicht over Barkhor-square of topplekje bij Ganden met uitzicht op de Lhasa-rivier (hier is er nog een foto van mij gemaakt, net met mijn hoofd boven het randje van het 1meter hoge muurtje). Maar meer al waren het wildplassers; liever vrij en blij in de natuur voor het oog van iedereen dan in de stinkende hokjes, waarbij de resten van de voorgangers te duidelijk aanwezig zijn. Onderweg van Dali naar Kunming in onze luxe express-bus hadden we echter ook weer een nieuwe ervaring; in de bus een toilet! Het water drinken was ondertussen gedaald van heel veel naar nihil. Maar hier hebben er een aantal meer last van 'waterige' stoelgang. Een moest er toch echt gebruik maken van het toilet. Ondanks dat iedereen zo'n beetje sliep, wist toch iedereen naderhand een verhaal te produceren van een immense stank ineens in de bus (de ventilator komt gewoon uit in de bus?). In eerste instantie denk je nog even aan de buurman voor je. De bewuste persoon vond de doortrek niet. Helaas worden zulke zaken (beschaamd) direct aan mij gemeld. Half slapend, kon ik niets anders bedenken dat ik die dan (zeker in die stank) waarschijnlijk ook niet zou vinden en laat het daar even bij!

Tja, je denkt dat is allemaal niet zo erg. In Tibet had ik iedereen voorgehouden dat ik alle vervelende trekjes wilde horen om in te kunnen schatten of iemand misschien symptomen van hoogteziekte zou hebben. En ja dat betekent dat ik alles van hoofdpijntjes, krampen tot stoelgangproblemen tot in detail krijg voorgeschoteld en helaas blijft het niet bij de verhalen uit Tibet. Eenmaal hun vertrouwenspersoon voor intieme zaken zal ik dat nog wel even blijven ...

Apestreken
We vertrekken vroeg naar Lhasa. Zoals het een goed hotel betaamd, krijgen we een khata-service van het hotel bij vertrek, waarbij het voltallige personeel ons uitzwaait. De tocht is betrekkelijk saai, de weg goed, de gebruikelijke plasstops en een stuk lopen. We rennen zelfs een stuk, maar de hoogtestage valt niet goed; in 'no time' zijn we buiten adem en lijkt het alsof ik een klap heb gehad van een blok hout. Voor de verandering stoppen we voor een noodle soepje onderweg. Omdat de voorbereidingen vaak lange tijd in beslag nemen laat ik de groep rondwandelen. Een groepje gaat de berg op, anderen drentelen richting rivier. Dit keer is het eten een stuk sneller klaar en moet ik mijn hele fluitcapaciteit onder uit mijn tenen halen om de groep te roepen.

We zijn al vroeg (13.30 uur) in Lhasa. Het Mandala hotel heeft door een verkeerde boeking geen kamers vrij (dit had ik toch ergens voorzien) uiteindelijk checken we een uur later in in het Kailash hotel. Mindere locatie, minder te doen; maar ach het is maar voor een avondje.

Ik eet met een groepje in Dunya. Ineens hoor ik achter me “He, dat is Annet”, dramatisch dat mijn loopmaatjes van AVA'81 me ook van achteren herkennen en dat zelfs in Tibet! We kletsen bij, maar helaas kunnen zij niet mee taphangen in Travellers Bar. De hele groep is al aanwezig, Marcus, Chris en een baby-aapje … Ik heb medelijden met het beestje buiten aan de ketting dat aan de deur krabbelt en een piepend geluid maakt omdat hij naar binnen wil. Als een van de meisjes de deur opendoet, schiet hij dan ook naar binnen direct bij mij op schoot. Ineengedoken en spinnend als een kat; jammer genoeg heb ik het gevoel dat ik ineens overal vlooien en luizen heb zitten. Helaas wordt het moeilijk om weg te gaan, omdat het beest absoluut niet wil loslaten en naar iedereen sist en bijt die het probeert.

Op zoek naar de graslanden
Om 06.30 uur vertrekken we in het donker naar het vliegveld. Jyaltsen verzorgt de katha-service en we nemen hartelijk afscheid van hem en Mr. Karma. Het is een chaos bij het inchecken, alles en iedereen door elkaar. Een prettige bijkomstigheid; als groep kun je tenminste een blok vormen. We laten twee individuele reizigers aansluiten, hun gids is vanochtend niet komen opdagen. Uiteindelijk vertrekken we dan ook met een uur vertraging.

In Zhongdian staan ons gidsje Natasha en chauffeur Mr Song ons op te wachten met een grote nieuwe bus. We besluiten om naar het Songzhalin klooster te lopen (ca. 1 uur). Natasha geeft geen uitleg en wil ons na 1 gebedsruimte weer naar de bus loodsen 'alles lijkt toch op elkaar' … jammer, maar vooral niet waar. Ik duik met een paar man een gebedsruimte in; een oude man vertelt een onbegrijpelijk Chinees verhaal, knoopt ons een geel 'geluks'koordje om en pakt alleen van de jonge dames even het gezicht vast. Ik weet niet of ik nu blij of boos moet zijn dat ik daar ook bij hoor. In ieder geval kunnen we in het Nederlands tegen elkaar zeggen dat het een oude viezerik is. Beneden gekomen stuur ik de groep met bus no. 3 terug samen met Natasha. Zelf zoek ik het achtergebleven groepslid op en wandelen we samen in de regen terug naar het dorp. De velden worden met yaks bewerkt. In de velden staan vreemde taps toelopende witte hoge gebouwen met houtsnijwerk en hoge houten stellages waar de planten van knollen en andere gewassen op drogen. Hier dragen de Tibetaanse dames felgekleurde roze of oranje sjawls om hun hoofd. Het weer is hier wisselvallend, hier lijkt het ieder moment in een forse regenbui te kunnen uitbarsten.

De groep bezoekt het oudste huis op Beimen Jie waar normalerwijs een hartelijk ontvangst de bezoekers ten deel valt, echter dit bezoek wordt niet op prijs gesteld door de bewoners. Natasha stuurt de mensen die terug naar het hotel willen de verkeerde kant op. Helaas hadden we al eerder gemerkt dat ze niet precies weet wat noord of zuid is.

We zoeken het Tibet Café op voor het avondeten, om er bij terugkomst in het hotel achter te komen dat er geen water en geen elektra is. 's Ochtends hebben we eindelijk water, maar nog steeds geen warm water. Daarnaast is het douchewater smerig bruin en het wc-water zwart. Het ontbijt bestaat uit: warme melk, rijstepap, noodlesoup, cakes en eierer. Als ik controleer waar de bestelde toast blijft, word ik doorverwezen naar de kleffe cake ... Is dit een voorbode voor de rest van de dag?

Om 10.00 uur vertrekken we onder de bezielende leiding van Natasha naar het Napa-meer en de graslanden. In geen velden of wegen zijn de graslanden te vinden door de aanhoudende regen (en dus overstromingen) van de afgelopen weken. Natasha laat de bus stoppen en wijst op het meer 'this is the Napa-lake, you can go out and see for yourself'. Helaas zijn wij weer de nuchtere Nederlanders; dat meer zien we ook wel vanuit de bus! Ik laat de bus doorrijden naar de 'achterzijde' van het meer zodat we boven vanaf de weg een beter uitzicht hebben. We lopen via weilanden en het dorpje terug naar de weg. We zien de een onderuit gaan in de modder, weer een ander jaagt een big na door de plassen. Zelf maak ik gebruik (met de rest van de groep) van de gastvrijheid van een herder die ons thee aanbiedt en een familie die ons hun binnenplaats en huis van binnen laten zien. Uiteindelijk zijn we om 12.00 uur alweer terug in Zhongdian.

In de middag bezoek ik met drie man opnieuw (in de ochtend blijkt het dicht) het lokale museum. Hier zien we een mooie fotoreportage van de natuur rond Zhongdian en de minderheden uit het zuiden van China (ook paspoppen in traditionele kleding). En proberen we 's avonds het Camel Café; hier wordt het uiteindelijk erg gezellig door de vele drank die we wegwerken. Moeilijker is het toilet dat we in het donker buiten moeten zoeken.

Help, mijn mobiel gejat!
Het regent op weg naar de Tiger Leaping Gorge. We rijden door Yi-minderheden gebied. Echter iedere keer als ik een dame zie, met een soort van frame met daarover een zwarte doek, en het naar de groep roep, zijn we er al weer ruim voorbij.

We dalen af op de trappen naar de Yantze-rivier. Het water spat hoog op. Raar gevoel om zo dicht bij dit natuurgeweld te staan, je voelt je bij zoveel kracht van het water en de hoge bergwanden rondom erg klein.

Ik wil een noodlesoep voor lunch, maar we komen daarvoor veel te laat in Qiaotao aan, zo'n beetje overal zijn de noodles op. Dus stap ik het Gorge Rhyme Hotel binnen en stel een uitgebreide lunch samen. Ikzelf mag met de chauffeur buiten bij de afwas aan een tafeltje zitten, waar we een paar vreemde gerechten voorgeschoteld krijgen. Dat heb je als je eten gratis is, je moet eten wat de pot schaft … en dat wordt dus niet veel. Ik bekijk met jaloerse blik de heerlijke gerechten die in het restaurant op tafel staan.

In Lijiang overnachten we in een, voor mij, nieuw hotel. Het is geweldig: heerlijk schoon én warm water onder de douche! We maken samen een rondje door Lijiang; langs het Mao-beeld waar fietsen te huur zijn en richting de oude stad en het marktplein. Nu zijn er, daar waar het eind vorig jaar nog bomvol stond, geen toeristenkraampjes meer op het plein terug te vinden. We eten bij het Koreaanse restaurant Sakura en maken er uiteindelijk een feest van. Volledige ontlading na Tibet: veel drank en dansen.

De volgende dag kom ik maar moeilijk op gang. De groep gaat alleen op pad. Vervelende deel van de dag is het binnen zitten om het bel- en faxwerk te doen. Daarna regel ik de bus voor ons vertrek naar Dali; 'bu jiao' ik heb wat overtuigingskracht nodig om alle kaartjes op te kopen, ons op te laten halen bij het hotel en ons in oud Dali in de buurt van ons hotel af te laten leveren. Ik verbaas me er zelf over dat mijn kennis van de Chinese taal iedere keer weer toereikend is om dit soort zaken te regelen. Bij het theater verstaan ze net genoeg engels om kaartjes aan buitenlanders te verkopen, dus dat gaat helemaal soepel.

Ik kom wat bekende Zweden tegen van ons feestje van gisteravond en heb het plan opgevat om samen met een Engelse dame naar het weeshuis te gaan, waar de kinderen in klederdracht (speciaal voor toeristen, omdat zij dan sneller geld geven) liedjes zingen. Mijn mobiele telefoon wordt gestolen op het marktplein, en dat terwijl ik iedereen heb gewaarschuwd goed op zijn spullen te letten! Ik voel me helemaal onthand en baal gigantisch; deze dag komt het niet meer goed. De PSB is vandaag en morgen niet bereikbaar (moonfestival) … ik doe een poging om samen met Muxin (Sakura) een nieuwe te kopen (de chinese kwaliteit is me te duur en onbetrouwbaar). Ik zak bij mijn nieuwe Zweedse vrienden en 2 Franse meiden in Sakura neer en probeer mijn bijdrage aan het ledigen van een fles Chinese whisky en een fles Mao Tai te beperken. Onder het mom van 'deze dag komt niet meer goed' (het regent ook nog) duiken we op zolder op de bank en bekijken The Matrix. Gelukkig sluiten er 3 groepsleden aan en onder het mom van 'zorgen dat de groep veilig in het hotel komt' weet ik nog bijtijds af te haken. Ik lig om 00.15 uur in mijn bed.

Om 09.00 uur rol ik verdwaasd uit mijn bed en hobbel in de regen (het regent pijpestelen!) naar de afgesproken plaats voor een fietstocht. Het weer doet ons besluiten om het fietsen uit te stellen en daarom duiken we een backpackerscafe in. Met een bak groene thee (en dus de hele tijd bijschenken uit de Chinese rode thermoskan) lekker weggedoken op een luie bank om de ochtend door te brengen met het kijken naar 'Crouching tigers and hidden dragon'. Om toch nog iets zinnigs te doen werk ik mijn flappen voor Dali bij en sleep mijn Zweedse vrienden mee naar de kapper om voor Y5 van een was- en massage beurt te genieten. Om 15.00 uur lunchen we eindelijk en haast ik me om 17.30 uur voor ons gezamenlijke avondeten bij Lamu's House of Tibet waar we het 37 jarig huwelijk van twee groepleden vieren. Ik trakteer op plum-wijn en de rest heeft kadootjes geregeld. We moeten ons haasten om op tijd te komen bij de Naxivoorstelling. Ik ben zelf erg uit mijn hum. De voorstelling is nog slechter dan de laatste keer dat ik daar was (ik had de groep al gewaarschuwd, maar het is nog erger). Groepen Chinezen komen pas halverwege de voorstelling (met veel kabaal) binnen. Achter elkaar rinkelen/bliepen mobiele telefoontjes. Xuan Ke lult meer dan driekwart van de tijd vol in het chinees. We borrelen na bij Sakura. En dan is het alweer tijd om afscheid te nemen van Muxin en Jenny (beide Sakura) en van mijn Zweedse en Franse vrienden. Grappig dat je op zo een korte termijn al een close contact kan opbouwen; het afscheid is dan ook hartelijk.

Enkeldiep in de modder
Bij het ontbijt in het hotel kun je je eigen noodlesoepje maken, ik geloof dat ik de enige enthousiasteling ben. De rest heeft nog steeds liever een westers ontbijt. Om 09.00 uur vertrek ik zelf naar het busstation om bus te halen, dwz ik moet hier de kaartjes tonen voordat ik de bus mee mag nemen naar het hotel. De bus (18 personen) is eigenlijk te klein voor 15 personen en bagage (deze groep heeft dan ook hele grote volle tassen). Een gedeelte gaat op het dak (daar is de groep niet blij mee omdat het nog steeds regent als een bezetene) maar wel onder een kleed en de rest in de bus. Ach, de drie uur naar Dali moet iets krap zitten vol te houden zijn. Om 13.00 uur komen we in Dali aan en de chauffeur zet ons af bij Guesthouse no. 2 zodat we nog maar een heel klein stukje van 2 minuten moeten lopen naar ons hotel (het regent echter nog steeds!). Een meevaller voor de groep omdat ik hen wel voorbereid had op het minder positieve alternatief van ca. 15 minuten lopen.

Ik ga eerst in Old Wooden Cafe lunchen; de eigenaar en medewerkers herkennen me nog. Dochter Sally (net bevallen is van een zoon) wordt gebeld en komt vanuit (nieuw) Dali direct langs. De paar groepsleden die hier ook neerzakken worden veelvuldig op de foto's van 'Annie' gewezen die rondom in het restaurantje hangen en in het gastenboek zitten.

Door naar Jim's om afspraken te maken. Met Jim en een reisbegeleidercollega het huis en bouwgrond voor het nieuwe hotel van Jim bekijken; gezellig een biertje drinken en terug naar het hotel. Leuk (en gezellig) is de begroeting van Alice, ze heeft haar dochter mee. We handelen de financiën af. Helaas moet de bus naar Kunming nog geregeld worden; of de expressbus zeer groot en duur of een 19-persoonsbusje naar het Zuid-treinstation. Ik stel de beslissing tot morgenochtend uit zodat ik het 19-persoonsbusje zelf kan bekijken waarvan ik me afvraag of we er met bagage wel inpassen.

21.00 uur nog niet gegeten en dus ga ik naar Jim's. Hier tref ik een gedeelte van de groep. Reeds aangeschoten, aangevuld met Jim's Special no. 1 en nog wat bier, zie ik ineens een totaal andere groep (ze zijn volledig lam!).

Om 07.00 uur ontbijt geregeld bij Old Wooden Cafe. Ik bekijk de minibus en weet dat we daar voor geen meter in zullen passen, nog snel de expressbus voor morgenochtend regelen. Voor het eerst is de groep te laat. Vandaag weer regen en daardoor gaat het enthousiasme en dus ook het tempo er daardoor uit. Om 09.00 uur komen we eindelijk bij Jim aan voor onze minderhedentrip. Eerst gaan we naar de Xizhou-markt en maken we een wandeling door stadje olv Jim.

Op weg naar het Yi-dorpje moeten we onderweg door een landslide het plan omgooien. Over een enkeldiep modderpad en in stromende regen lopen we door de groene rijstvelden/-etages naar een dorpje. Een groepje koeien komt voorbij, gevolgd door een vrolijk mannetje en moeilijk kijkend oud Yi-vrouwtje. Hier dragen de Yi-vrouwen een typische zwarte doek, omhoog gedraaid om het hoofd met een grappig, zeer sekuur geborduurd, kleurig klepje. Even later volgen geiten met hun hoeders, zorgvuldig plaatsen de beesten hun pootjes in de modder en stenen. De regen blijft met bakken uit de lucht komen. Niet iedereen komt even goed mee op dit glibberige pad. Maar ik voel me blij; buiten, mooie omgeving en ondanks dat mijn jas begint door te lekken, doet de regen me niets. Leuke uitleg in schooltje; hier zitten twee groepen met kinderen van ca 5 jaar in een klaslokaal. De twee groepen zitten haaks van elkaar – de ene groep heeft het gezicht gericht naar het schoolbord op de linker muur, de anderen op de muur ernaast. Jim zingt (solo) een Tibetaans lied voor de kinderen. De kinderen een kort Yi-liedje en wij 'tulpen uit Amsterdam'. Als Jim een korte uitleg geeft van hoe makkelijk het Chinese schrift te lezen is (en dus niet de uitspraak!) dreunen de kinderen iedere keer braaf de woorden op het Chinees. Eén boom is een boom, twee bomen maakt een bos en drie bomen een heel groot bos … We bezoeken aan 3 tal huizen, hier borduren de dames met engelengeduld schoenen. De dames tonen een veelkleurige outfit die niet-getrouwde meisjes dragen. Als wij moeten lachen omdat die niet voor ons bedoeld zijn, vraagt een van de vrouwen mij of ik haar hoofddoek om wil. Hilariteit alom als ze mij 'aankleden'. Ik heb spijt; de doek ruikt niet echt fris en ik voel me niet op mijn knapst. Ik krijg ook de kleurige details die op feestdagen gedragen worden om. Als de lokale dames me vragen of ik de hoofddoek wil kopen (we hebben thuis al een serie hoofddeksels uit Azië) besluit de groep dat ze dit een leuk kado voor mij vinden en zonder onderhandelen, betalen ze de gevraagde prijs. De dame in kwestie geheel beduusd en zonder hoofddoek achterlatend.

Kletsnat en onder de modder stappen we de lange weg terug over het modderpad terug naar de bus. Om 16.00 uur komen we bij Jim voor een verlate lunch. Omdat het blijft regenen besluiten we de lunch en het gereserveerde tibetaans avondmaal bij Jim te combineren met veel Jim's Special No 1. Daarmee is de tour en de dag gedaan.

Dieptepunt van de reis
Ik ben geïrriteerd: in plaats van de afgesproken expressbus staat er een minibus voor het hotel. We moeten eerst met een minibus naar een hotel buiten de stadsmuur; dus alsnog proppen en met de benen omhoog. De expressbus is super luxe, we krijgen een waterflesje en een lunch onderweg en het eindpunt is het stadion schuin tegenover ons hotel. Het regent ook zowaar even niet. Het hotel is lekker luxe. We wandelen met een groepje naar de nightmarket en maken een ronde door de stad langs de luxe winkelstraten.

Ik rol me bed uit om de groep om 07.30 uur uit te zwaaien naar Shilin – het stenen woud. In alle rust (ondanks de drukte om me heen) doe ik me tegoed aan het uitgebreide Chinese en westerse ontbijt in de lobby. Ik doe mijn regeldingetjes en laat de chauffeur bellen om de kijken of de groep geen vertraging oploopt, omdat er gisteren groepen waren die 3 uur later dan gepland terugkwamen (ik word later nog menigmaal herinnert aan deze overdreven bezorgdheid!).

We vertrekken om 14.45 uur naar het vliegveld voor onze vlucht naar Guilin. De vlucht zit vol met Nederlandse toergroepen, die we de rest van onze reis tegen zullen komen. Om 18.00 uur staat onze chauffeur ons al op te wachten bij de bagageband. Het wordt al snel donker en op de een of andere manier heeft de chauffeur enorme haast; rijdt ontzettend hard en maakt rare gevaarlijke inhaalmanouvres. Ik vertel de man in het chinees om het rustiger aan te doen en dat we niet willen dat hij inhaalt; ik ben verbaasd, dit is de eerste Chinese chauffeur die naar me luistert! Om 20.00 uur kunnen we eindelijk inchecken en houdt ik een kort infopraatje, voordat we naar de nightmarket naast het hotel vertrekken. Om 22.00 uur moet ik echter met de agent de laatste dagen van onze reis doornemen. Als ik vermoeid op weg naar mijn kamer ben loop ik een van de con-collega's tegen het lijf. We besluiten eerst nog een borrel op West-street te halen in 7th heaven. Leuk om hier weer allemaal oude bekenden tegen te komen!

Dieptepunt van de reis: regen in Lijiang, regen in Dali én regen in Yangshuo …

De groep vult zelf de ochtend in. Ik moet zelf naar de bank om de laatste traveller cheques te wisselen. Ik heb moeite aan te tonen dat ik Y100 te weinig heb gekregen. En ja, met die grote stapels geld, duurt het even voordat het jochie er zelf ook achter komt en het gelooft. Direct naar de agent sjesen, omdat ik op zo'n moment bang ben dat precies dan mijn tas wordt gejat … Ontbijt wordt lunch. Ik leen een paraplu en ga op zoek naar een regencape. En dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De dame wil de bewuste cape niet aan me verkopen omdat die voor motor/scooterrijders is … ik ben nu al een paar keer natgeregend en wil naast een droog hoofd en bovenlijf ook droge benen; dus een lange cape! Uiteindelijk loop ik, door vele chinezen nagestaard en uitgelachen, met een cape tot op de grond en van mijn kruis tot enkels met een mooi doorkijkgat …

In de middag gaan we met de hele groep een boottocht maken op de Li-rivier. De weg naar Xingping ligt open en we worden in de bus goed heen en weer geschud. Hilariteit alom als ik denk dat we stoppen voor een foto-stop en het weer 'ns een plaspauze blijkt te zijn …

Houten klapstoeltjes worden er in de boot voor ons klaargezet. Iedereen gaat echter buiten zitten; een aantal zitten op het voor- en achterdek onder een afdakje. Ik klim op het dak en heb, ondanks de kou en regen, al snel gezelschap van 3 anderen. Zittend op mijn regenjas (stel voor dat we een natte koude kont krijgen!) en onder een schattig geel gebloemd parapluutje, genieten we twee uur lang van het uitzicht op de karstbergen. Een mystiek beeld van de Li-rivier omringd door de vage contouren van de karstbergen die gehuld zijn in mistflarden. Na bijna 2 uur stroomopwaarts varen stoppen we bij Xialong en lopen we heerlijk een stuk tussen de rijstvelden en akkers. Ik laat een paar man Pommelo's van de boom plukken (die ik netjes betaal). Ondanks de regen vindt de groep het helemaal leuk. De boot is ondertussen stroomafwaarts gezakt en pikt ons weer op. De terugweg gaat snel, vooral omdat het een behoorlijk karwei is de pommelo's te pellen (ondanks het gebruik van een groot kapmes!) en te eten.

Na een uitgebreide maaltijd in Xingping gaan we nogmaals met de boot, ditmaal om het aalscholvervissen te bekijken. Dit keer geen oude man met typische rieten hoed op een bamboevlotje die zich aan onze boot laat voortbewegen. Maar een soort motorbootje met 9 aalscholvers die de eigenaar veel werk geven. Het licht trekt ontzettend veel insecten, die de vissen weer aantrekken en de aalscholvers duiken en vissen er lustig op los. De groep kan zelfs dit onderdeel van de trip waarderen.

Als we om 21.30 uur met de bus terug bij het hotel aankomen, taai ik af als de rest nog voor een borrel op stap gaat.

Van lichtreclames tot badkamertegeltjes
Leuk is de verbijstering van de groep over het Chinese landschap, de tempels en de Chinese toeristen. Het leven op straat, het heerlijke eten en waar een uitgebreide maaltijd even veel kost als een drankje in Nederland.

Het huishouden doet de Chinees op straat: wasgoed wordt op straat in een teiltje of de rivier met de hand gewassen, er wordt op straat gekookt tussen de smerige uitlaatgassen van het verkeer en het opgeveegde stof. Werkplaatsen en winkels die zich tot ver op de stoeprand hebben uitgebreid, zodat het lopen op de stoep bijna onmogelijk wordt. De lelijke lompe betonnen gebouwen voorziet de Chinees aan de buitenkant van onze badkamertegeltjes. Lichtreclames zien er na verloop van tijd armoedig uit. De felle vrolijke kleuren worden grauwe smerige verlichting waarvan de helft is uitgevallen of de bedekking is weggevallen, waardoor de achterliggende harde tl-lampen zichtbaar zijn geworden.

In de kleinere dorpjes vinden we slechts een openbare waterleiding en dus ook geen riool. Vrouwen wassen de haren bij de centrale pomp. Kinderen plassen en poepen op straat. Hier en daar een openbaar toilet, waar je voor geen goud gebruik van maakt omdat de geur je op de straathoek al doet kokhalsen.

Ook ik ben verbaasd; en wel over het feit dat dit geen reis vol ergenissen is geworden; ditmaal geen 'weigering' om ons te begrijpen of een Chinese gids/agent die zonder te overleggen iets denkt te kunnen veranderen, of een Chinees die ja zegt als hij nee bedoelt.

Hond kopen?
De groep gaat er in kleine groepjes fietsend op uit, in de ochtend is het nog droog. Ikzelf heb iets uitgeslapen en daarna uitgebreid ontbeten/gelunchd bij 7th. Betty heeft me daarna meegenomen op een fietstochtje; lekker door de velden en babbelend over haar man-search. Helaas wilden de mannen met de bamboo-vlotten (waarop 2 stoelen) teveel geld voor het 'raften', anders was het een mooie afsluiting van de dag geweest.

Onderweg zien we een schattige pup (= jonge hond) voor een boerderijtje, beetje spelen met het beest. Komt de eigenaar vragen of we hem willen kopen? Nee! Willen we het beest misschien eten dan?!

Jammer genoeg begint het ontzettend hard te regenen. En zit ik de volgende 1,5 uur als een verzopen kat aan de borrel in 7th. Snel terug naar het hotel om te douchen voordat we om 19.00 uur verzamelen en onze laatste avond met de groep vieren; eten (met slang) bij 7th Heaven.

Ik wil een officieel woordje doen. Moeilijk; dan is de een even weg, dan weer de ander, dan weer teveel mensen (lees: kabaal) om ons heen, dan ineens is daar de levende slang (en ben ik weer ver uit de buurt!). Uiteindelijk weet ik kort de groep toe te spreken. Zowel ik als de groep krijgt een leuke lange speech van Jan. Grappig detail; ik krijg een potje tandenstokers, omdat de groep mij de laatste dagen steeds met een stokje/strootje in mijn mond heeft zien rondlopen.

De slang krijgt levend meer aandacht dan op het moment dat het gerecht eindelijk op tafel staat: ze willen het 'ding' zelfs aaien en vasthouden. In mijn ogen zijn ze gek! Ik zorg dat ik ver uit de buurt ben en laat het dit keer in de keuken doodmaken. Het eten smaakt goed. De gezelligheid komt er later pas goed in; op stoelen staand karaoken op Abba. Zo wordt de sfeer voor de rest van de avond ingezet. Er volgen er meer en uiteindelijk gaan de tafels aan de kant en swingen we er lustig op los. Her en der taaien er een paar af, omdat die het iets té vinden. Ik weet nog een paar enthousiastelingen die op West-street staan toe te kijken te overtuigen dat het hier gezellig is. Als ook mijn Zweedse en Franse vrienden uit Lijiang spontaan binnenlopen … Het feest is compleet als ik me door een van de Franse meiden in de rondte laat rock & rollen; ik word alle kanten opgegooid en gelukkig weet ze me iedere keer op tijd op te vangen, voordat ik op de grond beland. Om 02.00 uur rol ik vermoeid en toch ietwat aangeschoten in mijn bed. De Djoser en Aap-groepen, waarmee we morgenavond in de nachttrein naar Guangzhou zitten en vanavond ook hun laatste avond vierden, liggen al enige tijd op één oor…

De volgende ochtend heel rustig opstaan, het ontbijt overgeslagen en voor een lunch naar 7th afgezakt. Veel verder kom ik niet. Om 16.00 uur verzamelen we voor vertrek naar Guilin. Alwaar we met alle collega-groepen gezellig een uur in het station wachten op onze nachttrein van 18.30 uur naar Guangzhou. Ik ga vroeg slapen.

Tandarts dr Lee
We komen vroeg aan in Guangzhou. Ik merk dat ik geen zin heb in deze moderne westerse stad, hoogbouw en veel drukke wegen. Echt kans om me in de drukte van de stad te begeven krijg ik niet. Een van de groepsleden heeft al een paar dagen kiespijn, omdat het gisteravond in de trein ondragelijk werd, bezoeken we het Sun Yatsen University Hospital. Een nieuw modern gebouw. Mijn woordenboekje doet wonderen. Bij het uitspreken van het woord kiespijn in het chinees, krijgen we papieren en worden we richting de lift doorverwezen. Naar ik begrijp naar de 5e etage. Na wat gezoek (verschillende rijen met tandartsstoelen) en dames achter loketten die ons niets begrijpend aankijken, vinden we een mannelijke dr Lee, die engels spreekt. Er moeten eerst foto's gemaakt worden op de 1e verdieping en dus gaat dr Lee voorop en vraagt ons bij hem terug te komen als we de foto's in ons bezit hebben. Natuurlijk moet ook hier iedere keer eerst betaald worden, voordat er tot actie wordt overgegaan. Eindelijk terug op de 5e verdieping blijkt dat we niet alle foto's mee hebben gekregen, dus hobbel ik nog eens terug. Dr Lee zal deze moeilijke klus niet zelf doen en neemt ons mee naar de 3e etage. Waar hij ons overdraagt aan zijn vrouwelijke collega dr Lee, die gelukkig ook goed engels spreekt. Er moet onder een brug geboord worden … bij al die nare geluiden besluit ik dat het beter is dat ik er als buitenstaander niet met mijn neus bovenop hoef te staan en ga (om mezelf af te leiden) de financiën bijwerken. De patiënt heeft minder angst dan ik als toeschouwer.

Ik spreek af om 's avonds met de groep een borrel in het Hill-cafe naast het Baiyun hotel wat te drinken als afsluiting. Helaas zitten we hier omringd door prostituees!

De China Southern vlucht naar huis, via Beijing, lijkt meer op een gezellige bijeenkomst in een kroeg dan op een vlucht. De meeste staan achter in het vliegtuig in het keukentje en pakken zelf te eten en te drinken. Er worden nu al herinneringen aan de reis opgehaald en de reünie is al gepland.

Meer foto's in het fotoboek
Home





Copyright 2003 - Annet Blanken & Lode Broekman