Over sommige landen kun je generaliseren, niet over India. Er zijn teveel tegenstellingen, teveel uiteenlopende landschappen, een wirwar van etnische groepen, tradities, talen en religies. Het is een indrukwekkend land, waarbij continue bonte beelden aan onze ogen voorbij trekken, voortdurend veranderend van kleur en vorm. India is (mede gezien haar grootte) de grootste democratie, de belangrijkste theeproducent, producent van de meeste lange speelfilms (meer dan 700 per jaar), 89 keer zo groot als Nederland, heeft 95 bergen boven de 7500meter in de Himalaya, een woestijn van 260.000km2: de Thar en heeft 450 miljoen koeien ofwel 1 koe per 2 Indiërs (het is een heilig dier en wordt dus niet gedood). Maanden, weken, dagen van tevoren plannen we onze reis in grote lijnen. We lezen over cultuur, mensen, natuur en dorpen. Maar totdat we er zijn, zijn het niet meer dan woorden. Het leeft pas wanneer we er zijn.
Om 08.20 uur komen we in NJP aan. We proberen kaartjes voor de Toy Train te bemachtigen die ons vandaag nog naar Darjeeling zal brengen. Eerst schudt iedereen 'nee', dan kan er toch wat geregeld worden met wat heen en weer geren. De koe (stier!) heeft de eerste rechten hier op het treinstation. Klokslag 09.00 uur start de Dieselloc de motoren en gaan we op pad in het boemeltreintje met kleine ouderwetse rijtuigen en houten banken met te weinig beenruimte. Acht uur lang met een snelheid van 10 km per uur langzaamaan berg op, zigzag manoeuvres makend om hoger te komen. Genieten van de schitterende omgeving: theeplantages en groene heuvels.
We besluiten dat een wandeling naar de theeplantages deze dag de moeite waard kan maken. Het is warm en zonnig. De continue gebeden van de boeddhistische monniken voor de overleden en vandaag begraven politicus zingen rond in de vallei. De groene velden met theestruiken voor ons steken sterk af tegen de verderop gelegen heuvels die in de wolken/mist liggen. Op de achtergrond zingen vogels en gillen kinderen. Heerlijke rust. Zelfs de twee jochies die bij ons komen zitten, verstoren dit niet. Als we later op de middag teruglopen moeten we stijl omhoog, geen recht stukje ertussen. De kuit- en heupspieren spelen op en we raken snel buiten adem.
Een monnik van onze leeftijd spreekt ons aan. Natuurlijk de vraag, “Waar komen jullie vandaan?”. Nog wat algemeenheden volgen, maar de belangrijkste vraag wordt meermalen gesteld: “You are happy. Are you happy?”. Natuurlijk zijn we hier happy. Mooie omgeving, rust (als in: geen toeterende auto's of blaffende honden) en niets moeten. Wie zou hier dan niet happy zijn.
Langs een bergwand wandelen we door dorpjes, met uitzicht op een diepe groene vochtige vallei rechts van ons, naar Ngor Gompa. Dit is het enige klooster in Sikkim dat tot de Sakyapa order binnen het boeddhisme behoort. Het klooster ligt hoog boven de Bhusuk rivier. Eromheen staan vele synchroon opgestelde masten met verticale opgehangen witte gebedsvlaggen. Jonge monniken spelen met hoepels en struinen de omgeving af op zoek naar slangetjes en andere insecten.
's Avonds loopt Rick ons hotel binnen en we maken er een Sikkim-bier-avond van. Het lichte bier is zwaar genoeg om ons na een paar biertjes aangeschoten te voelen.
We wandelen de 6 km naar het Tashi Viewpoint. Ook hier liggen de bergen Kanchenjunga en Siniolchu in de wolken. Het duurt even voordat we een taxi weten te vinden naar Gangtok. We stappen in een oude auto, die wordt volgeladen met buurtkinderen en andere lifters. We plannen de middag voor een bezoek aan Rumtek. Een klooster aan de andere zijde van de Ranipul vallei. Ondanks dat het zichtbaar is vanuit Gangtok ligt het 24 km verderop, bereikbaar via slingerende bergwegen. Het duurt lang voordat we een shared jeep vinden waarin nog plaats is. Langs de wegen zien we teksten met inspirerende uitspraken als: 'be soft on my curves', 'life is short, don't make it shorter', 'come in peace, not in pieces' en de beste 'if you 're married, divorce speed' om de chauffeurs snelheid te laten minderen. De sfeer bij het klooster is vreemd. Bij de ingang moeten we ons registreren en ons paspoort tonen. De ingang wordt bewaakt door Indiase militairen. Tassen open en metaaldetectors. Het klooster is de residentie van Gyalwa Karmapa, het hoofd van de Kagyupa order binnen het Tibetaanse boeddhisme. Kagyupa ontwikkelde zich ca. 1060 volgens de leer van Marpa en Milarepa. Conform Tibetaanse traditie werd verlichting nagestreefd door yoga. Met de opkomst van de Gelugpa (volgens de leer van Atisha, nadruk ligt op scripturen en discipline) in de 17e eeuw werd Kagyupa naar de achtergrond verdrongen. Helaas zijn er twee tulku's (reïncarnaties) van de 16de Karmapa gevonden. Een in Tibet en een in Bhutan. Omdat hierover felle discussies zijn, staat India niet toe dat de Karmapa die door de Dalai Lama is erkend, naar Rumtek terugkeert. Het klooster is mooi van architectuur, hier is onder andere een 3 meter hoog boeddhabeeld te vinden. De sfeer is niet prettig, daarbij houden de monniken afstand. Vele westerlingen komen hier naartoe voor meditatie (-lessen), het verklaart de vele guesthouses rondom het klooster. Wij kiezen ervoor om dezelfde dag nog terug te gaan naar Gangtok.
05.30 uur: strakblauwe lucht, zon en een geweldig uitzicht op de bergen voor ons. Geen wolkje te bekennen rond de witte pieken van Kanchenjunga, Kabru of Siniolchu. We krijgen om 06.30 uur ons ontbijt geserveerd op het dakterras en kunnen zelfs op dit tijdstip al in een zomertopje zitten; het lijkt net vakantie.
We slaan het grootste gedeelte van onze bagage op in het hotel en starten onze trek vandaag met een afdaling op de weg. Halverwege de 12 km afdaling besluiten we de 'short cut' te nemen, een route die vnl. door schoolkinderen in uniform omhoog gelopen wordt op weg naar school. Voor ons: pijlrecht naar beneden, over gladde stenen of modder dalen we in een half uur tot de rivier. Het ene moment zekere stappen, het andere glibberen en glijden.
Na de brug over de rivier lopen we enkele kilometers langzaam hellend omhoog. Her en der worden we gepasseerd door jeeps. We passeren verschillende huisjes en mensen die de akkers bewerken. Netjes groeten we de mensen terug 'Namaste' en tegelijkertijd houden we onze handen tegen elkaar net voor het bovenlichaam. Menig kind vraag 'where you go?', de ene keer duidelijker herkenbaar dan de andere.
We ontbijten vroeg. Rick neemt onze luxe kamer over. En dan op pad naar Tashiding. Jeeproad afgewisseld met her en der een short-cut. Eerst omhoog richting Gerethang, daarna dalen tot Tashiding. De tocht voert ons langs kleine nederzettingen van houten huizen met enthousiaste kinderen en vriendelijke ouders, watervallen en bruggetjes. We lopen door én boven de wolken. De wind zorgt voor snelle veranderingen; het ene moment is het volledig wit om ons heen, het volgende zien we flarden mist in de vallei benenden ons. We houden steeds rekening met een afsluitende klim, maar die blijft ons bespaard. In drieënhalf uur bereiken we Tashiding. Het weer is druilerig. We schuilen in het dorp tegen de regen. Dit ziet er niet echt gezellig of bijzonder uit. We klimmen in een rap tempo in 30 minuten stijl omhoog naar het klooster.
Ondanks dat de leeuwen met hun gegrom verschillende pogingen doen om ons eerder te wekken, staan we rond 07.00 uur op. Vandaag is het markt in Kalimpong. Een typische Aziatische bazaar. Onder felblauwe plastic doeken zijn de afdelingen vlees, specerijen, groente, vis en kleding gescheiden. Vis en vlees wordt in open kramen opgehangen en trekt vele vliegen. Een kip kunnen we zelf kiezen uit de gevlochten manden. Alles draait hier om zintuigen: de hitte, het stof, de kleuren van de groentes en het fruit en natuurlijk de geur van kruiden. De koopwaar wordt zorgvuldig gekeurd alvorens er tot koop wordt overgegaan. De verschillende soorten rijst staan in jute zakken en wordt gekeurd door het door de vingers te laten glijden, het nog eens aan de buurvrouw te tonen en dan ongeïnteresseerd terug te gooien. Hier zijn de verschillende bevolkingsgroepen vrij aardig van elkaar te onderscheiden: Tibetaanse, Nepalese en Indische vrouwen en mannen zijn herkenbaar aan hun typische kleding en verschillende gelaatstrekken. Om 09.00 uur komt de drukte al aardig op gang. Wij wandelen naar het Zong Dog Palri Fo-Brang klooster op Durpin Dara Hill ca 5 km buiten de stad. Hier heeft de Dalai Lama op zijn vlucht vanuit Tibet zijn gebedsboeken achtergelaten. Op het plafond zijn mooie mandala's geschilderd. Op de 2e verdieping vinden we 3d-mandala's. Het vreemde aan dit klooster is de continue aanwezigheid van het Indiase leger. Durpin Dara is een groot militair camp en er zijn een aantal zeer luxe resorts te vinden (vnl. voor het rijke Indiase toerisme) en besloten golfclubs. Ook op het terrein van het klooster, deels voor de ingang van de grote gebedshal, staan enkele legergebouwen. Direct achter het klooster ligt, iets lager gelegen, een 'ground' van het leger, waar op het moment dat wij er zijn een examen wordt afgenomen. Door een luidspreker worden eerst allerlei vragen opgesomd, die de mannen zittend in het stof moeten noteren en daarna uitwerken. Helaas is het serene gevoel in het klooster daardoor ver te zoeken. Wij zakken af naar een 100meter lager gelegen viewpoint. Uitzicht: bij tijd en wijle niets, alleen witte wolken die in rap tempo als rook verder de berg opklimmen. Even later trekt het uitzicht over de vallei iets open, maar het uitzicht blijft heiig. Ver beneden ons stroomt een rivier en zien we kleine dorpjes. We genieten van onze rust op een waterreservoir en zien menig 'snelle' en rijke Indiase toerist hier een stop van één minuut maken en snel doorgaan naar de volgende bezienswaardigheid. We wandelen rustig terug naar Kalimpong en bekijken de Britse invloeden, die nog herkenbaar is in de bouwstijl van de huizen. Helaas is het onderhoud hier niet geweldig en menig gebouw ziet er oud en vervallen uit en is voorzien van zwart 'roet'. De uitlaatgassen benemen ons vaak de mogelijkheid 'normaal' adem te halen. Menig jeep, bus en truck laten grote zwart/grijze walmen na … We proberen te internetten, maar ons geduld wordt danig op de proef gesteld. Voor we het weten zijn we 2 uur verder en hebben we slechts onze mail gelezen. Het reserveren van kaartjes voor de jeep van de volgende dag is niet mogelijk. De oude man vertelt ons morgen om 09.45 uur terug te komen. We besluiten onze laatste avond in Kalimpong bij restaurant Annapurna; op de tweede verdieping van een houten kot, dat er zowaar gezellig uitziet, maar weinig klandizie heeft. Tja, iets waarvoor je menigeen waarschuwt: weinig klandizie betekent vaak dat er geen verse gerechten op tafel komen. En ondanks dat ik hetzelfde gegeten en gedronken heb als Lode, heb ik 's nachts last van mijn maag.
De Zoo is een heel ander verhaal. De gillende massa van Indiase toeristen is te vergelijken met de hysterie van Chinese toeristen. Even massaal, even luidruchtig ondanks dat er bij ieder hok een bord 'silence please' staat. En ook hier moeten we als westerling model staan voor menig familieportret.
We schuifelen achter de menigte aan het HMI in, we worden verschillende malen onbeschoft aan de kant geduwd of omver gelopen. Persoonlijk krijg ik de neiging om te slaan, maar ik houd het bij Nl-talig gevloek en getier. Het museum laat uitrustingen, maquettes en souvenirs (zoals vlaggen die op de top zijn gebruikt bij succesvolle beklimmingen). Leuk maar nog redelijk doorsnee. Het aparte Everest-gedeelte is geweldig. Het avontuur dat schuilt in de vooroorlogse expedities, de heroïek en de vraag wat er met George Mallory en Sandy Irvine is gebeurd, houdt Lode al enkele jaren bezig. Dit museum besteedt veel aandacht aan de vier Britse expedities (1921, 1922,1924 en 1933), de geslaagde poging van 1953 en geslaagde Indiase pogingen. Relikwieën van de eerste pogingen: de brief waarin de Dalai Lama toestemming verleent aan de Britten om een expeditie te starten, de kaart uit begin jaren '20 met letterlijke witten vlekken: terra incognita. De 1924-sectie toont de slaapzak van Noel Odell, degene die Mallory/Irvine het laatst levend heeft gezien, een kopie van het laatste bericht dat Mallory heeft verzonden, veel foto's (reeds bekende en onbekende). “Mallory is een held”, mompelt Lode enthousiast. Van de 1953-expeditie zijn er veel spullen van Tenzing 'on display': handschoenen, bril, kleding. Lode vraagt zich af bij de uitgang af: “Is die topfoto bewerkt of hing die ice-axe echt vol met drie of vier vlaggen? En: Wie was er eerder boven, Hillary of Tenzing?”. Ik weet het niet, ik vond het voornamelijk indrukwekkend en voor even was ik al die mensen voor mijn voeten vergeten.
De eerste kilometers gaan we stijl omhoog over de shortcuts. Het verschil tussen de jeeproad en de shortcut is dat de eerste in India ligt en de shortcut door Nepalees grondgebied gaat. Ondanks het kille weer, de bewolking, het volledige wit om ons heen krijgen we het vanzelf (te) warm tijdens het klimmen. Catharine voelt zich niet lekker en blijft wat achter. Het rustige tempo is wel zo prettig voor ons, omdat wij met vrij zware bepakking lopen. De dames lopen slechts met een mini rugzakje, evengoed lopen wij continue voorop. In Chitray (2480 meter) nemen we een lange pauze bij de boeddhistische nunnery. Onderweg zagen we hier al volle uitpuilende jeeps met monniken naartoe rijden. De gasten verblijven hier in een hostel.
Voorbij Chitray blijft het pad stijgen tussen bamboo, eikenbomen en rododendrons afgewisseld met groene stukken gras. De eikenbomen zijn grillig begroeid met mos, waardoor het lijkt alsof het afgebrande bomen zijn. We passeren een paar 'settlements' waarbij theehuisjes zijn opgetrokken. Op 2900 meter lopen we Megha in, niet meer dan een paar huizen, klooster en lodge. James laat ons hier kiezen; 2km stijl omhoog naar Tonglu of een eenvoudiger stenen modder pad naar Tumling. Bij de laatste belooft hij ons een 'nice lodge and good food' in Nepal. We zijn moe en de regen haalt ons het laatste half uur in. Op de achtergrond klinkt het gerommel van onweer. We kiezen voor Tumling, dat ons morgen tevens een kilometer lopen scheelt. Als ik helemaal kapot van het omhoog klauteren het zweet van mijn voorhoofd veeg, vraag ik James wat hij met 'eenvoudig' bedoelt … “Well, this is no steep”. Ja, ja, wat jij wilt. Ondanks onze verschillende opvattingen van 'not steep' en 'not long' is het een prettig mannetje.
De kleurige gebedsvlaggen rondom het 'zwarte watertje' (Nederlandse vertaling van Kali Pokhari) zijn het eerste teken van ons eindstation van vandaag. Iets meer naar boven lopen we langs een stupa en manimuur. We kiezen op advies van onze gids Pandim Logde, waar we een dorm voor zes personen voor ons vieren claimen. De rest van dit Nepalese dorpje bestaat uit een viertal ander lodges. Groene omgeving. Stenen en houten huizen afgewisseld met golfplaten hokken. Ons restaurantje bestaat uit een kleine lemenkookplaat waaronder hout wordt gebrand en waarboven langwerpige stukken kaas hangen te drogen. Achter de lage bankjes rond het vuur staat een nette eettafel met stoelen, waar we onze noedelsoep voor lunch naar binnen lepelen. We wandelen terug naar 'de vijver', even hebben we een mooi uitzicht, direct trekken de wolken over de kam en is het wit om ons heen. De rest van de middag is het mistig en regenachtig weer. Heerlijk de tijd om te lezen en slapen en te kijken bij de jeugd die criquet speelt. Het wordt echter ook koud. Als we einde van de middag in de keuken aanschuiven om op te warmen, zijn het de ogen die last hebben van de rook. Lezen en spelletjes doen bij kaarslicht voordat we onze vegie chowmein, veel te gare spaghetti met verse groentes, naar binnen schuiven. De vroege avond is mooi, rode kleuren aan de horizon rond de bergtoppen bekijk ik vanaf mijn heuveltop. De sterren worden een voor een zichtbaar aan de hemel. Helaas geen zicht op de 7000'ers.
Ondanks dat we uitgebreid te tijd nemen om te rusten en te genieten van het uitzicht zijn we na 3,5 uur bij Sabarkum. Het lijkt groener te worden, bijna alpenweides. Van hieraf hebben we een mooi uitzicht op ons eindpunt. Een duidelijke kam, de grens tussen India en Nepal, leidt slingerend naar het hoger gelegen Phalut. We hebben nog ruim 1,5 uur nodig voornamelijk omdat de laatste 1,5 kilometer opnieuw stijl omhoog gaat. Hier staan de rododendrons nog mooi in bloei, fel rood, zacht rose of oranjetinten, van ver kunnen we ze al enige tijd zien voordat we er van dichtbij echt van kunnen genieten. Net voor Phalut trekken de wolken om ons dicht en wordt het opnieuw wit om ons heen. Goeie planning. Vooral als we net (11.00 uur) aan onze noedelsoep zitten als het gaat stortregenen! Phalut is niet meer dan één trekkershut, waar ook hier weer enkele militairen gestationeerd zijn om de grens te bewaken. Phalut is afgeleid van het lepcha-woord Fah-lut, oftewel afgepelde top, omdat hier op de berg geen bomen staan. Nogal een contrast met de andere bergen.
Zodra het droog is vertrekken we naar de 'summit'. Hier is het kruispunt tussen Sikkim, West-Bengalen en Nepal. Bij mooi weer schijnen vanaf hier Darjeeling, Kalimpong en Pemyantse zichtbaar te zijn. Omdat wij in het regenseizoen reizen zullen we er vandaag helaas niets van zien. We zijn nog geen 40 meter gestegen of het begint opnieuw te regenen. Diehards als we zijn, besluiten we stug door te gaan. De regen valt mee en we weten al gauw twee uur te vullen op de berg. Een tijdlang zitten we bij de mani-muur en zien een gevecht van wolken en zon waardoor we een mooi afwisselend beeld van de valleien beneden ons zien. Zelfs de kam waarover we vandaag hiernaartoe zijn gelopen is duidelijk zichtbaar. Genieten! De late middag en avond worden gevuld met goede gesprekken over en het ruilen van boeken met twee Fransen die ook in de hut overnachten. Bizarre plek eigenlijk, avondeten in de slaapzaal van de alhier gelegerde militairen. De mannen liggen onder vele dekens met hun geweer in bed, de loop naar ons wijzend. Wat als het onrustige slapers zijn?! Het wordt zowaar laat voordat we op bed liggen: 20.15 uur! Onze adem zien we als witte walmen tevoorschijn komen: het is berekoud.
De weergoden zijn ons weer positief gezind, het begint pas te regenen als wij droog in de jeep zitten. De chauffeur heeft haast, de weg is smal. We rijden langs akkers van maïs en rijstvelden, verschillende bazaars en later zijn het voornamelijk de theeplantages van Darjeeling waar we langs rijden.
Om 10.30 uur staan we in Darjeeling, we haasten ons naar Aliment Hotel, zodat we nog een kamer met douche kunnen bemachtigen. Maar voordat de douche om 18.15 gebruikt kan worden, eten we heerlijke momo's bij Fresh Bite en testen we de thee van Darjeeling. De verschillende soorten thee kunnen herkend worden door ze te 'ruiken': thee in de handpalm, vingers van de andere hand eromheen, 3x blazen en dan ruiken. Het regent 'cats and dogs' dus wij gaan voor een ouderwets bakkie koffie bij Glenary's met krantje. In het zuiden van India sterven mensen van de hitte en hier hoost het. Het voelt vertrouwd om voor de derde keer terug te zijn in Darjeeling, heerlijk uitrusten, zelfs de jeeps lijken minder hard te toeteren.
Voor het eerst verlaten we onze airco-bunker: bloody hot! Niet alleen de hitte slaat om ons heen, ook de geluiden en de drukte is beklemmend. We gaan op zoek naar Anoop Hotel in Paharganj. Paharganj is een gebied tussen oud en nieuw Delhi, waar veel backpackers rondhangen en de straat is een grote bazaar. Het hotel is op loopafstand van het station, echter twee toeristen met rugzak zijn loslopend wild. “You sir, my hotel …”, “Sir!”, “Sir, this hotel …”. Daarbij de riksja-rijders die hun diensten aanbieden, het liefst ons de hele weg achtervolgend. Ik heb de neiging om te gaan slaan. Lode ziet Marcel in een motortaxi stappen en we spreken af om elkaar eind van de middag op het dakterras van het hotel te treffen voordat zij vanavond naar Nepal vertrekken. We checken in de laatste kamer die beschikbaar is en zakken neer op het dakterras. Een afdak tegen de felle zon, waarbij een viertal grote ventilatoren lucht rondblazen. Vanaf het dak hebben we uitzicht op het Rode Fort (in de verte), hoogbouw en groene bomen. Het blijft bloedheet maar veel drinken, krantje lezen en niets doen maken het draagbaar. Het zweet blijft echter in straaltjes van ons aflopen. Douchen onder de koude douche, het beloofde warme water is er niet, maar zouden we ook zeker niet gebruikt hebben. 's Nachts moet een ventilator ons koelte brengen, maar het blijft ook dan 35 a 40 graden. Een typisch backpackershotel; alles is er, maar oud en vervallen. Vreemde geluiden onder ons raam midden in de wereldstad Delhi: loeiende en blèrende koeien en kalveren.